Aanleiding van dit stuk: Verzeild in de fabeltjesfuik?
Ik wil de echtste zijn in de game. Niet alleen over mezelf en mijn woorden, maar ook de mensen die ik spreek wil ik volledig in hun eigen woorden, zinsopbouw, verbeelding, versprekingen, en tegenstrijdigheden laten. Als ik een stuk lees in de krant krijg ik bijna nooit de eigenaardigheden van de mensen mee, die zij aan het woord laten. Het klinkt allemaal hetzelfde, saaie mooie volzinnen.
Ik wil dat jij een beeld krijgt van de persoon achter de quote. Misschien kan je bedenken door de zinsopbouw dat zij een Spaanse achtergrond heeft. Of misschien krijg je een beter beeld van hoe zij in elkaar steekt, door te laten zien waar zij een zin afbreekt en een nieuwe afslag neemt met haar gedachtes.
Maar ik Twijfel. Mijn moeder heb ik geïnterviewd voor een artikel over complotdenken. Zij is Mexicaanse en spreekt gebrekkig? Nederlands. Zij bouwt haar zinnen eigenzinnig op, met de werkwoorden op onconventionele plekken. Ik wilde het laten hoe zij het zei, maar toen besefte ik, dat ik waarschijnlijk tijdens het overtypen al aanpassingen had gemaakt aan haar zinnen. En wat overbleef neigde ik na elke revisie aan te passen. Ik dacht wat echt niet te begrijpen valt, pas ik aan. Daarmee, doe ik toch concessies bij mijn streven het echt te houden.
– Het moet geen halve werk lijken.
– Het moet geen gimmick zijn.
– Misschien voelt de geïnterviewde zich genaaid als ik zijn/haar gebroken zinnen niet aanpas.
Op heterdaad betrapte ik mijzelf, mijn vragen wel recht te trekken in mooie volvragen. Dus de geïnterviewde mag wel authentiek zijn in zijn/haar fouten, maar ik ben blank en vol?
Echt zijn is moeilijk.
Vervolg
- Wat vinden jullie hiervan? Heeft het toegevoegde waarde om quotes zoveel mogelijk onaangetast te laten, tot op het punt dat het geen correct Nederlands meer is?
