Brief aan de ambtenaar met een schaal boven de 8 en met manager, leider, adviseur in hun functienaam.
Ik snap er niks van. Waar zijn we mee bezig? Als trainee schreef ik al dat ik me niet identificeer als ambtenaar. En nog steeds niet. Tegelijk werk ik vrolijk mee. Ik voer elke dag netjes mijn systeeemwerkzaamheden uit, zoals het mij betaamt. Ik merk zelfs dat ik goed wil worden in het spel en dus conformeer aan de bestaande normen. Ik zie wat beloning of straf oplevert. En ik loop steeds vaker en instinctiever richting het stukje kaas.
Maar ik word steeds cynischer en eenzamer. Want als ik om me heen kijk, zie ik weinig herkenning. Ik zie ambtenaren op hun borst kloppen over hun prestaties. Bourgondiërs, trots met hun goed gevulde kaasplankje. Ik zie anderen onverschillig worden, vasthouden aan hun bestaanszekerheid, kiezen voor de weg met de minste weerstand.
De high potentials
En dan zijn er de hoge pieten, die ChatGPT speeches laten schrijven over lef, leiderschap en dat ‘schuren’ nodig is. Ik snap niet waar die loze retoriek vandaan komt. Ik vraag me af: Hoe kom je in zulke posities in dit systeem? Door heel veel te schuren of als smeerolie te fungeren voor de machine? Wat wordt er eigenlijk beloond en gewaardeerd in dit systeem?
De probleemoplossers? De leiders die voorgaan in de strijd? De teambuilders die het groepsgevoel bevorderen? De koorddansers die vooral managen om zelf overeind te blijven op het strakgespannen koord tussen de politiek en het apparaat?
Ik snap er niks van. Het mag dus blijkbaar schuren, maar zodra iets naar een wethouder gaat, moet het gepolijst, ongeschonden, ongevaarlijke, soeverein product zijn. Waar de mitsen en maren zijn uitgewist. Zeg maar politiek-bestuurlijke sensiviteit. Als ik het goed begrijp werk je voor een wethouder, en dat houdt in dat je wethouder in bescherming neemt. Dat klinkt in mijn oren als politiek-bestuurlijke seniliteit.
De zelfreflectie van systeemwerkers
Volgens mij missen we zelfreflectie. Wat bijvoorbeeld goed werkt is, zoveel mogelijke functies laten eindigen met manager. Sinds vorig jaar heb ik zelf een functie die eindigt op manager en ik moet je eerlijk zeggen: het voelde goed. Thuis vertelde ik: ‘Ik ben manager nu, he. Put some respect on my name.’ Als ik vervolgens moet uitleggen waarvan, dan wordt het lastig. Die naam heeft me in ieder geval even zoet gehouden.
Ik zat vorige keer in een Masterclass sociaal ondernemerschap. De bedoeling was dat ambtenaren in de huid kruipen van sociaalondernemers, zodat ze leren waar zij tegen aan lopen. Binnen de kortste keren zaten collega’s klaar met adviezen: ‘Heb je hier al aan gedacht? Waarom doe je dat niet zo? Als je dit doet, kom je misschien in aanmerking voor…’ Ambtenaren zijn een soort beste stuurlui aan wal. Maakt niet uit of het gaat om sociaalondernemers, kwetsbare rotterdammers en alles wat er tussen zit: de ambtenaar weet het beter, die heeft de oplossing.
Het probleem hieraan is dat het niet blijft bij roepen vanaf de zijlijn. De ambtenaar mag ook vanaf de zijlijn beleid maken dat direct invloed heeft op het spel.
- De ambtenaar die tegen mensen zonder baan zegt hoe te leven.
- De ambtenaar die tegen ondernemers zegt: neem eens mensen zonder baan aan.
- De ambtenaar die tegen de buurtbewoner zegt dat die moet participeren, terwijl de ambtenaar er zelf alleen is omdat die ervoor betaald krijgt.
En dan de pitches aan het einde van die masterclass. Iedereen moest vertellen: wat neem je mee en hoe ga je het vertalen naar je werk? Het leek wel Shark Tank. De een na de ander verkocht zichzelf als changemaker. Iedereen was al goed bezig. Zelfreflectie? Nauwelijks.
Als we in onze organisatie zoveel changemakers hebben, waarom staan we dan nog zo ver af van de echte wereld? Of hebben we vooral veel topscorers in onze playstationwereld? Het systeem laat ons in een fantasie leven, zodat onze ego’s intact blijven. Zodat we naar huis kunnen gaan, tevreden zijn en zin houden. In de waan dat we de uitzondering zijn. Elke dag maken we systeemstapjes en soms mogen we in de marge bewegen. Het biedt genoeg perspectief en voldoening voor de enkeling.
Garantie op werk
Begrijp me niet verkeerd: Ik denk soms ook de uitzondering te zijn. Als ik een collega aan de lijn krijg en kritische vragen stel, voelt het al als winst als ik simpelweg een inhoudelijke reactie krijg. Het gaat dan nog niet eens om het eens worden, of dat de onderbouwing standhoudt buiten het pc-scherm. Mijn ervaring is dat we elkaar niet eens vragen om uitleg en onderbouwing, buiten de systeemvragen om: borging, opdrachtgeverschap, mandaat, middelen. Het systeem hanteert namelijk een ongeschreven logica. Vage documenten en de lijn dwingen volgzaamheid.
Ik heb ook wel een beetje medelijden met ons. Zoals het een ambtenaar betaamt, moet je vooral heel veel begrip hebben voor je eigen positie. Het is namelijk zo complex en waarschijnlijk kan je het ook nooit helemaal goed doen. Maar ik heb vooral medelijden met ons, omdat we eigenlijk slachtoffer zijn van het systeem. Ambtenaren zijn net als burgers slachtoffer van het systeem.
Het systeem eist zoveel mogelijk lichamen. Het concern is één groot garantiebanentraject. Ambtenaren zijn eigenlijk gedesillusioneerde mensen met een afstand tot de leefwereld, langzaam worden we teruggeleid in de samenleving. Maar er is eigenlijk geen uitzicht op echt werk, dus mogen we voor het leven blijven werken voor de gemeente. Elke dag melden we ons bij onze werkconsulent. De mails zijn bewijs dat je bent geweest. Langzaamaan verliezen we het uitzicht. Dromen, ambities en verandering maken plaats voor bestaanszekerheid.
Macht is neutraal
Een ander aspect is de werklogos: we zijn dienaars van een ambt. We zijn neutraal. God mag weten wat dat betekent. Dat je vanuit expertise adviseert en werkt voor het bestuur. Alsof expertise en kennis ooit neutraal is.
Beleidsadviseurs rouleren van thema’s als verheven homos universalis. Projecten, processen, programma’s, leidinggeven, het maakt niet, zolang je maar system approved bent. Niet expertise maar loyaliteit wordt beloond. Als ik om me heen kijk, lijkt het geen meritocratie, maar een feodaal systeem. Bewijs je loyaliteit en je kan groeien in rang.
De scheiding der machten klinkt op papier logisch. In theorie moet elke macht de ander in balans houden, maar in de praktijk zie ik vooral een systeem van wantrouwen. De raad die met een stortvloed aan moties feitelijk gaat micromanagen. Het college dat de raad juist zo vaag informeert dat de controle nauwelijks mogelijk is. En het ambtelijke apparaat dat op afstand wordt gehouden. Terwijl, als het echt neutraal zou zijn, het net zo goed in dienst zou moeten staan van de raad als van het college. Minstens als open communicatielijn. Waarom zou dat het dagelijkse bestuur ondermijnen?
Waarom zijn er verschillende machten die vooral zichzelf dienen? Ze hebben expansiehonger. Maar past dat eigenlijk wel in een democratie, die draait om het zoeken naar balans tussen minderheid en meerderheid? Of vertaalt dit systeem niet simpelweg één beeld van de mens, namelijk dat het per definitie machtsbelust is?
Als dat zo is, dan rijst de vraag: wie dient dit ontwerp? Want de bewoners in elk geval niet.
En in de praktijk zie je dat terug in de relaties. De wethouder moet zijn ambtelijke apparaat te vriend houden, en het ambtelijke apparaat moet de wethouder te vriend houden. Deze diade is een versimpeling van de werkelijkheid. De configuratie is zo sterk gefocust op deze interactie, dat het de complexiteit van een derde partij mist. Er ontstaat geen echte macht, geen macht om dingen anders te doen.
De droom
En dan de droom om verandering te brengen van binnenuit als individu. Zo manoeuvreren binnen het systeem om verandering te brengen. De incrementele stapjes die je neemt komen tot stand met een onevenredige uitstoot. Volgens mij hou je vooral het spel in stand.
Het beste is stoppen! Het systeem kan nog eventjes niet zonder systeemwerkers. Binnenkort zal AI wel genoeg zijn. Maar voor nu stel ik voor dat we stoppen met deze garantiebaan. In een onderzoek van 2 hoorde ik hetzelfde, en deze datasaturatie bracht me tot de volgende conclusie: De ambtenaar leeft in een zilveren kooi, de werkloze in de bijstand leeft in een koperen kooi. De een is misschien luxer, maar een kooi blijft een kooi.
Nogmaals: laten we massaal ontslag nemen en uitkering aanvragen. En laten we bidden dat er een tekort ontstaat aan werkcoaches.
Vervolg
Dit is mijn reflectie op hoe mijn werk onderdeel is van en zich verhoudt tot het werk van het systeem. Ik geef graag het stokje over aan de volgende die wil reflecteren op zijn/haar werk in het systeem.



