Categorieën
Politiek spel Verkennen Woorden

Ik snap er niks van.

Brief aan de ambtenaar met een schaal boven de 8 en met manager, leider, adviseur in hun functienaam.

Ik snap er niks van. Waar zijn we mee bezig? Als trainee schreef ik al dat ik me niet identificeer als ambtenaar. En nog steeds niet. Tegelijk werk ik vrolijk mee. Ik voer elke dag netjes mijn systeeemwerkzaamheden uit, zoals het mij betaamt. Ik merk zelfs dat ik goed wil worden in het spel en dus conformeer aan de bestaande normen. Ik zie wat beloning of straf oplevert. En ik loop steeds vaker en instinctiever richting het stukje kaas.

Maar ik word steeds cynischer en eenzamer. Want als ik om me heen kijk,  zie ik weinig herkenning. Ik zie ambtenaren op hun borst kloppen over hun prestaties. Bourgondiërs, trots met hun goed gevulde kaasplankje. Ik zie anderen onverschillig worden, vasthouden aan hun bestaanszekerheid, kiezen voor de weg met de minste weerstand.

De high potentials

En dan zijn er de hoge pieten, die ChatGPT speeches laten schrijven over lef, leiderschap en dat ‘schuren’ nodig is. Ik snap niet waar die loze retoriek vandaan komt. Ik vraag me af: Hoe kom je in zulke posities in dit systeem? Door heel veel te schuren of als smeerolie te fungeren voor de machine? Wat wordt er eigenlijk beloond en gewaardeerd in dit systeem?

De probleemoplossers? De leiders die voorgaan in de strijd? De teambuilders die het groepsgevoel bevorderen? De koorddansers die vooral managen om zelf overeind te blijven op het strakgespannen koord tussen de politiek en het apparaat?

Ik snap er niks van. Het mag dus blijkbaar schuren, maar zodra iets naar een wethouder gaat, moet het gepolijst, ongeschonden, ongevaarlijke, soeverein product zijn. Waar de mitsen en maren zijn uitgewist. Zeg maar politiek-bestuurlijke sensiviteit. Als ik het goed begrijp werk je voor een wethouder, en dat houdt in dat je wethouder in bescherming neemt. Dat klinkt in mijn oren als politiek-bestuurlijke seniliteit.

De zelfreflectie van systeemwerkers

Volgens mij missen we zelfreflectie. Wat bijvoorbeeld goed werkt is, zoveel mogelijke functies laten eindigen met manager. Sinds vorig jaar heb ik zelf een functie die eindigt op manager en ik moet je eerlijk zeggen: het voelde goed. Thuis vertelde ik: ‘Ik ben manager nu, he. Put some respect on my name.’ Als ik vervolgens moet uitleggen waarvan, dan wordt het lastig. Die naam heeft me in ieder geval even zoet gehouden.

Ik zat vorige keer in een Masterclass sociaal ondernemerschap. De bedoeling was dat ambtenaren in de huid kruipen van sociaalondernemers, zodat ze leren waar zij tegen aan lopen. Binnen de kortste keren zaten collega’s klaar met adviezen: ‘Heb je hier al aan gedacht? Waarom doe je dat niet zo? Als je dit doet, kom je misschien in aanmerking voor…’  Ambtenaren zijn een soort beste stuurlui aan wal. Maakt niet uit of het gaat om sociaalondernemers, kwetsbare rotterdammers en alles wat er tussen zit: de ambtenaar weet het beter, die heeft de oplossing.  

Het probleem hieraan is dat het niet blijft bij roepen vanaf de zijlijn. De ambtenaar mag ook vanaf de zijlijn beleid maken dat direct invloed heeft op het spel.

  • De ambtenaar die tegen mensen zonder baan zegt hoe te leven.
  • De ambtenaar die tegen ondernemers zegt: neem eens mensen zonder baan aan.
  • De ambtenaar die tegen de buurtbewoner zegt dat die moet participeren, terwijl de ambtenaar er zelf alleen is omdat die ervoor betaald krijgt.

En dan de pitches aan het einde van die masterclass. Iedereen moest vertellen: wat neem je mee en hoe ga je het vertalen naar je werk? Het leek wel Shark Tank. De een na de ander verkocht zichzelf als changemaker. Iedereen was al goed bezig. Zelfreflectie? Nauwelijks.

Als we in onze organisatie zoveel changemakers hebben, waarom staan we dan nog zo ver af van de echte wereld? Of hebben we vooral veel topscorers in onze playstationwereld? Het systeem laat ons in een fantasie leven, zodat onze ego’s intact blijven. Zodat we naar huis kunnen gaan, tevreden zijn en zin houden. In de waan dat we de uitzondering zijn.  Elke dag maken we systeemstapjes en soms mogen we in de marge bewegen. Het biedt genoeg perspectief en voldoening voor de enkeling.  

Garantie op werk

Begrijp me niet verkeerd: Ik denk soms ook de uitzondering te zijn. Als ik een collega aan de lijn krijg en kritische vragen stel, voelt het al als winst als ik simpelweg een inhoudelijke reactie krijg. Het gaat dan nog niet eens om het eens worden, of dat de onderbouwing standhoudt buiten het pc-scherm. Mijn ervaring is dat we elkaar niet eens vragen om uitleg en onderbouwing, buiten de systeemvragen om: borging, opdrachtgeverschap, mandaat, middelen. Het systeem hanteert namelijk een ongeschreven logica. Vage documenten en de lijn dwingen volgzaamheid.

Ik heb ook wel een beetje medelijden met ons. Zoals het een ambtenaar betaamt, moet je vooral heel veel begrip hebben voor je eigen positie. Het is namelijk zo complex en waarschijnlijk kan je het ook nooit helemaal goed doen. Maar ik heb vooral medelijden met ons, omdat we eigenlijk slachtoffer zijn van het systeem. Ambtenaren zijn net als burgers slachtoffer van het systeem.

Het systeem eist zoveel mogelijk lichamen. Het concern is één groot garantiebanentraject. Ambtenaren zijn eigenlijk gedesillusioneerde mensen met een afstand tot de leefwereld, langzaam worden we teruggeleid in de samenleving. Maar er is eigenlijk geen uitzicht op echt werk, dus mogen we voor het leven blijven werken voor de gemeente. Elke dag melden we ons bij onze werkconsulent. De mails zijn bewijs dat je bent geweest. Langzaamaan verliezen we het uitzicht. Dromen, ambities en verandering maken plaats voor bestaanszekerheid.

Macht is neutraal

Een ander aspect is de werklogos: we zijn dienaars van een ambt. We zijn neutraal. God mag weten wat dat betekent. Dat je vanuit expertise adviseert en werkt voor het bestuur. Alsof expertise en kennis ooit neutraal is.

Beleidsadviseurs rouleren van thema’s als verheven homos universalis. Projecten, processen, programma’s, leidinggeven, het maakt niet, zolang je maar system approved bent. Niet expertise maar loyaliteit wordt beloond. Als ik om me heen kijk, lijkt het geen meritocratie, maar een feodaal systeem. Bewijs je loyaliteit en je kan groeien in rang.

De scheiding der machten klinkt op papier logisch. In theorie moet elke macht de ander in balans houden, maar in de praktijk zie ik vooral een systeem van wantrouwen. De raad die met een stortvloed aan moties feitelijk gaat micromanagen. Het college dat de raad juist zo vaag informeert dat de controle nauwelijks mogelijk is. En het ambtelijke apparaat dat op afstand wordt gehouden. Terwijl, als het echt neutraal zou zijn, het net zo goed in dienst zou moeten staan van de raad als van het college. Minstens als open communicatielijn. Waarom zou dat het dagelijkse bestuur ondermijnen?

Waarom zijn er verschillende machten die vooral zichzelf dienen? Ze hebben expansiehonger. Maar past dat eigenlijk wel in een democratie, die draait om het zoeken naar balans tussen minderheid en meerderheid? Of vertaalt dit systeem niet simpelweg één beeld van de mens, namelijk dat het per definitie machtsbelust is?

Als dat zo is, dan rijst de vraag: wie dient dit ontwerp? Want de bewoners in elk geval niet.

En in de praktijk zie je dat terug in de relaties. De wethouder moet zijn ambtelijke apparaat te vriend houden, en het ambtelijke apparaat moet de wethouder te vriend houden. Deze diade is een versimpeling van de werkelijkheid. De configuratie is zo sterk gefocust op deze interactie, dat het de complexiteit van een derde partij mist. Er ontstaat geen echte macht, geen macht om dingen anders te doen.

De droom

En dan de droom om verandering te brengen van binnenuit als individu. Zo manoeuvreren binnen het systeem om verandering te brengen. De incrementele stapjes die je neemt komen tot stand met een onevenredige uitstoot. Volgens mij hou je vooral het spel in stand.

Het beste is stoppen! Het systeem kan nog eventjes niet zonder systeemwerkers. Binnenkort zal AI wel genoeg zijn. Maar voor nu stel ik voor dat we stoppen met deze garantiebaan. In een onderzoek van 2 hoorde ik hetzelfde, en deze datasaturatie bracht me tot de  volgende conclusie: De ambtenaar leeft in een zilveren kooi, de werkloze in de bijstand leeft in een koperen kooi. De een is misschien luxer, maar een kooi blijft een kooi.

Nogmaals: laten we massaal ontslag nemen en uitkering aanvragen. En laten we bidden dat er een tekort ontstaat aan werkcoaches.


Vervolg

Dit is mijn reflectie op hoe mijn werk onderdeel is van en  zich verhoudt tot het werk van het systeem. Ik geef graag het stokje over aan de volgende die wil reflecteren op zijn/haar werk in het systeem.

Categorieën
Bijstandsverhalen Crazy collage

9 tot 5 mentaliteit

Ik haat werken

Ik haat mijn werk! Het is zinloos en het steelt de beste uren uit mijn leven. Dit is niet wat ik hoor te doen. Zo voelt het soms, in mijn emotie. Natuurlijk zijn er nuances. Maar het onderbuikgevoel blijft: dit is niet voor mij. Dit is niet waar ik mijn kostbare tijd aan wil besteden.

Werk knaagt aan mij. Stukje bij beetje word ik een werktuig. 

Hoe gaat het op werk? Sommige mensen zeggen dan: werk is werk. Het is niet leuk, maar het moet.

Maar je zult werken in deze maatschappij! 

Werk houdt ons in beweging. In een sleur met weinig fantasie. Wat nou als ik stop met rennen? Kan de wereld er dan anders uitzien? Staat het leven gelijk aan hard werken? Is alles te groot geworden? Ben je overal maar een schakel in de machine? 

Kan het ook kleinschaliger in een grote open wereld? Kom je dan automatisch uit bij de jagers en verzamelaars van de moderne tijd? De afgezonderde tribes in de Amazone, of de zeenomaden? Is werk altijd een economisch begrip geweest?

Wat is werk?

Er is maar één soort werk die ertoe doet: betaald werk (vanaf nu afgekort tot Werk). 

Werk is de toegang tot de maatschappij. Vrijwilligerswerk, huishoudelijk werk, zorg voor familie en vrienden, werk voor de community, dat wordt geclassificeerd tot vrijetijdsbesteding. 

Werk is de zon. De rest draait eromheen.

Ik hoef je niet te vertellen over jagers en verzamelaars. Hun werk ging over overleven. Misschien hebben we het dan over het echte leven. Ook het verbouwen van het land om zelfvoorzienend te zijn; dat was overleven.

Toen het niet meer over leven ging, maar over productie, begon het echte Werk. Fast forward naar het kapitalisme: Mensen zijn gereduceerd tot arbeidskracht of grondstoffen die uitgebuit moeten worden.

De aarde en de mens staan sindsdien in het teken van productie en kapitaalvergroting. We krijgen er wel iets voor terug: welvaart en vrijheid.

Maar een ruil is per definitie geen vrijheid. Nemen en geven in deze context is een valse onderbouwing voor het opgeven van je vrijheid. Het is altijd een ruilvoetverslechtering. Dat vrijheid gebonden is aan iets inleveren, is fundamenteel onlogisch.

Als we stoppen met werken, stort deze wereld in. Maar de aarde en de mens, die overleven. Daarom is er zoveel propaganda over Werk in de moderne maatschappij.

Ik hoef je niets te vertellen over de piramide van Maslow. Vroeger was overleven genoeg. Nu is dat niet meer voldoende. We willen zelfontwikkeling, we willen welvaart. Vooral als we onze persoonlijke ontwikkeling koppelen aan Werk en welvaart. Dan gaat het over groei binnen het systeem, efficiëntie, het verbeteren van je positie. Maar soms groei je daaruit. En dan begin je je af te vragen: hoe kom ik weer bij de kern? Hoe keer ik terug naar over-leven?

Werkloos

‘Ik denk dat als mijn moeder in het begin meer aandacht had gekregen, ze misschien zelfs betaald werk zou krijgen. Als werkcoach denk ik dat zij het echt had gekund. Ze spreekt vier talen, had kinderen op de basisschool, een netwerk, ze was zelfredzaam, ze kende haar weg in Nederland.’

‘Ik vind het raar om iemand te moeten overtuigen van dingen die ik weet en ervaar. Het is vermoeiend. Het zou niet zo moeten zijn. Als jullie het niet zien, dan doe ik blijkbaar iets goed. Dan camoufleer ik het goed. Jullie weten niet hoe vaak ik naar drie objecten kijk en niet weet wat ik ermee moet. Dat ik niet in beweging kom.’ Deze mist heeft mijn moeder nooit gestopt, ze is altijd binnen haar beperkingen voluit gegaan. Het zegt ook niks over de kwaliteit van haar werk, maar geeft alleen de moeilijkheidsgraad waar ze intern op momenten mee te maken had.

Mijn moeder heet Lilia. Ze zit in de uitkering. ‘Het voelt als een koperen kooi. Koper is waardevol, maar een kooi blijft een kooi.’ 

Zij had een keuze: ga ik schoonmaakwerk doen? Of volg ik mijn roeping, werken voor de kerk, en mijn kinderen zien opgroeien?

‘Ik heb voor het tweede gekozen. Maar niet zonder een factuur. Het is een stigma:  leven met een uitkering. Het gevoel dat je niet op een niveau functioneert waarvoor je betaald krijgt. Het gevoel van nét niet goed genoeg. Ha!’

Maar het was niet zo dat Lilia niet midden in de samenleving stond en niet bezig was.’ De eerste vijf jaar werkte ik meer dan veertig uur per week. Voor Stichting Melania en de parochie. In verschillende rollen. Ik heb een burn-out opgelopen in die vijf jaar.’

‘Werkloos, maar Kapot van het werk.’

We kwamen in 2002 naar Nederland, vanuit El Salvador. Mijn moeder was veertig. Kort daarna begon haar menopauze. Te vroeg, denkt zij. Door stress. Door migratie. Door overleven. Haar lichaam maakte bepaalde hormonen niet meer aan. Ze voelden zich instabiel, in haar hoofd en lichaam.

Mijn zusje heet Anna. Ze Werkt bij de gemeente als Werkcoach voor statushouders. 

‘Toen ik met dit werk begon, had ik nog de beelden van mijn moeder in mijn hoofd. Hoe ze behandeld werd door de gemeente, door werkcoaches. Ik was in strijd met mezelf. Ik wilde niet die persoon zijn. Niet degene die oplegt of afstraft.’

Maar tijdens de trainingen werd het snel duidelijk: je bent geen hulpverlener, maar een dienstverlener. Een uitvoerder van de Participatiewet. Aanklager en handhaver tegelijk. De werkcoach klaagt aan als afspraken niet worden nagekomen, maar beoordeelt ook verwijtbaarheid. Of er een maatregel nodig is.

‘Mensen begeleiden naar werk is moeilijker dan ik had gedacht. Mensen die net in de uitkering komen, zijn vaak nog vol hoop. Vol strijdlust: ik wil dit en dat, ik ga eruit. Maar vaak gaat het trager dan gedacht. En mensen die er langer in zitten? Voor hen is het veilig geworden. Buiten die wereld denken is lastig.’

‘Ik merk wel… soms loont het. Zelfs al neemt iemand de gaarste baan ever aanneemt, heeft het 9 van de 10 x toch positieve effecten. Ze gaan naar buiten, krijgen ritme, een salaris. Ze worden beloond voor hun tijd en energie. Dat hoor ik tenminste van collega’s.’

Werk loont is het motto. En Anna begint er in te geloven. Als kind zag ze wat Lilia deed wel als legitiem werk. Toen ze wat ouder werd begon ze zich wel af te vragen: Waarom zoek je geen betaald Werk? Ze zag haar moeder werken en ze zag haar capaciteiten.

Werk loont heeft een tegenstelling in zich waar Lilia zich tegen verzet: ‘het gaat niet om werken of niets doen’. Niemand die ze kent in de uitkering zit thuis op de bank. Ze zorgen voor familie, ze zijn actief in hun buurt. Ze onderhouden een gevoel van gemeenschap.

‘Dat is waar ik op werk mee struggle,’ zegt Anna. ‘Cliënten die zeggen: ik heb geen tijd. Ik moet boodschappen doen, kinderen halen. Ik snap dat. Maar dan komt mijn rol: het is niet de bedoeling dat je in de uitkering blijft. Wat kun je wél doen?’ Haar collega’s zeggen:

‘In Nederland moeten we dat combineren: Werken, huishouden en familie.’

Volgens Anna is haar moeder een uitzondering. ‘Jij was op een gegeven moment een soort sociaal maatschappelijk werker. Mensen zagen jou als vriendin, maar eigenlijk was je aan het werk.’ Lilia benadrukt dat het voor haar ook vrienden zijn. Het was voor haar ook geen Werk in enge zin.

Anna: ‘Het lijkt me niet dat al mijn cliënten zo zijn.’ 

Waarom niet? 

‘Ik ken niemand zo goed als mijn moeder. En ik ga mijn cliënten ook nooit zo goed leren kennen. Mijn punt is vooral: mijn moeder is speciaal hierin!’

Toch heeft Anna een rol die zo diep intervenieert in het leven van anderen. Alsof ze in een intieme moeder-dochterrelatie, met macht over hoe de ander moet leven..

CV van een Werkloze

  • Stichting Melania – 4-5 jaar
  • Dagopvang Pauluskerk – 2 jaar
  • Bezoekgroep Asielzoeker Rotterdam – 4 jaar
  • Meldpunt Vreemdelingendetentie – 2 jaar
  • Philisophy en hapjes – 1,5 jaar
  • Spaanse parochie – 16 jaar
    • communitybuilding 
    • Organisatie en coördinatie van liturgie en woordviering
    • Lid van pastorale raad
    • Bezoek aan zieken
    • Catechese voor jongeren
  • Parochie Het Steiger
    • Lid pastoraal team – 2 jaar 
    • Liturgische dienst – 15 jaar
  • Stichting St Egidio – 2 jaar 
  • Organisatie en coördinatie Aanbidding van het Allerheiligste in Kathedraal – 4 jaar

Side quest: Er is inmiddels een hele economie gebouwd op de uitbuiting van Werklozen en kwetsbaren. Op de ladder van werkparticipatie zijn allerlei verdienmodellen ontstaan op basis van gedwongen participatie. De sociaalondernemer is de redder in nood, en de Werklozen en kwetsbaren worden gedrukt in nood om gered te worden. Zonder een significante pool van deze groep verdwijnt het verdienmodel.

Klimmen op de ladder

Werk geeft Anna bepaalde vrijheden, waar zij inmiddels aan gewend is geraakt en graag wil behouden. Geld, bestaanszekerheid en vrijheid. 

Wij bewegen van een lagere naar een hogere sociaaleconomische positie. Werk is de grote drijfveer. Van zelf de uitkering ervaren, naar een positie waarin je intervenieert als systeemwerker in de levens van vreemden.

Ik ook. Ik werk voor de gemeente. Mijn vrijheid is: uit eten in het weekend, reizen in de zomer. Als ik iets wil, kan ik het meestal kopen. En dat houdt me bezig. Wat ik net niet kan kopen. Wat net buiten bereik ligt. De prikkel fluistert: er is meer gemak op de horizon. 

Tegelijkertijd voel ik me niet op mijn plek in het leven, want mijn leven is Werk. Mijn zelfontwikkeling draait nu om: hoe kan ik iets zinvols doen, zonder verlies te draaien? Geld is een voorwaarde geworden.

Gevangen in die kooi zegt Anna het volgende: ‘Ondertussen kan ik voldoening uit mijn werk halen, als ik mijn week goed afsluit, rapportages zijn gedaan, geen mailtjes, geen appjes, dan heb ik het gevoel dat ik een goede werkweek heb gehad.’ 

Voldoening uit een goede werkweek gaat dus over controle behouden op je werkzaamheden. Het moet binnen de perken blijven. Werk gaat vaak over controle. Werk heeft controle over jouw tijd. En jij controleert dat er niets gaat leven in het Werk.  

Liefdewerk

Niemand kiest voor een uitkering, maar mijn moeder heeft wel gekozen hoe zij haar tijd wil besteden. 

Soms is mijn moeder een moeilijk voorbeeld om te volgen. Ik verspil 40 uur per week van mijn leven aan iets wat ik niet zou moeten doen. 

Anna zegt: ‘Ik wist niet dat je deze kant op wilde…daar heb jij, ma, de lat hoog gelegd. ‘Werk doen dat niet je roeping is, voelt als tekortkomen.’ 

Mijn partner zoekt geen voldoening in haar werk. Ze haalt het uit haar privéleven. Ik kan dat niet zo compartimentaliseren. Ik blijf erbij: als ik mijn meest productieve uren besteed aan iets wat niet zinvol is, dan verspil ik mijn leven.

Wat moeten we tegen onze zoon zeggen? Dat hij zijn werk ook gaat haten, en dat hij van zes tot acht zijn eigen leven mag leiden? En dan mag hij zijn geld uitgeven. Online.

Ik ben niet moedig genoeg om te kiezen voor minder welvaart in de enge zin. Of om echt uit het systeem te stappen. Ik zie de keuze niet. We hebben onze ziel verkocht

Er zijn heel veel mensen slecht in hun Werk, of Werk doen dat ze niet willen. Heel veel mensen gaan ook ten onder aan hun Werk. Ze Werken om te overleven. Hoe kijk je daarnaar, moeder?

‘Hoe had ik het anders kunnen zien? Iedereen is geland waar die is geland. Alsof ik een keuze had. Alsof ik alle opties zag. Maar ik zag ze niet.’

‘En de manier waarop jij het vertelt; dat alleen mensen die Werken hun gezondheid opofferen? Die dingen doen die ze niet willen? Met of zonder roeping: Werk heeft een prijskaartje. Ik accepteer ook dat ik niet alles leuk ga vinden wat ik doe.’

Maar het grote verschil is dat veel mensen hun werk zinloos vinden. Dat ze geloven dat geld de voorwaarde is om te overleven. Dat is wat ons wordt opgelegd.

Mijn moeder voelde zich niet in staat om mee te draaien in die realiteit, fysiek en mentaal. Daarmee werd ze afgekeurd volgens de standaarden van deze maatschappij.

Tegelijkertijd bracht het haar op een ander punt: ze had geen keuze, behalve kiezen voor liefde.1

We kunnen ook vertrekken vanuit liefde. Door te accepteren dat we niet compleet zijn.2 Dat we in onze aard niet voldoen aan de hedendaagse standaarden.

Als we vertrekken vanuit liefde: Welk Werk overleeft er dan op deze aarde? Volgens mij kunnen we genoeg voldoening halen uit over-leven en samen-leven.

  1. Dit is mijn interpretatie en verwoording. Lilia spreekt meer over geloofsovertuiging en rechtvaardigheid als haar drijfveren. ↩︎
  2. In de podcast Compositions Book Club over Cedric Robinson werd dit voorgesteld als het startpunt in de verwerping van kapitalisme. ↩︎

Vervolg

Het verhaal is nooit af. Welke vervolgvragen komen bij jou op?

Categorieën
Overwegingen

Weegschaal

Wat is het verschil tussen een overweging en een afweging? Een weging over of een weging af. Als een weging af is, is het wel erg definitief. Overnieuw.


Vervolg

  • Overwegend onzin?
Categorieën
Overwegingen

Eindeloos

Losse eindjes of een open eind?


Vervolg

  • Overwegend onzin?
  • Wat heb jij liever losse eindjes, een open eind of een gesloten eind?
Categorieën
Overwegingen

Zoogdieren

Er zijn twee soorten mensen: mensenmensen en robotmensen.


Vervolg

  • Overwegend onzin?
  • Welke tweedeling zie jij bij mensen?
Categorieën
Ontwikkeling

En toen werd ik een echte journalist…

Hoe laat wordt nieuws wakker? 9 uur ‘s ochtends pakte ik mijn fiets van de ketting die de lantaarnpaal omhelsde. Ik kan niet wachten op nieuws, bedacht ik me. Ik moet nieuws maken. Klein beginnen, in mijn eigen wijk. Die ik nauwelijks ken, ik doorkruis het alleen van ene metrostation naar de andere. Maashaven, Zuidplein, altijd via de grote weg. Ik kronkel nooit door de wijk. Eenmaal op de fiets, ging ik kronkelen. Schrift in de zak van mijn hoodie om eventueel aantekeningen te maken.

Het miezerde buiten en er was nog maar weinig beweging in de straten. Wat ik wel vond was materiaal, bewijsmateriaal van beweging in het nabije verleden. De sporen waren vers. Waterkoker in een plastic doorzichtig tasje. Circa dertien duiven breken en verdelen het brood van de straat. Twee simits werden vermenigvuldigd, maar niet op een vredige manier. ‘Woning te huur’, man boent de ramen. Ik kijk naar binnen, hij kijkt naar buiten. Ik kijk weg. Ik heb verloren. Wat is zijn verhaal, trekt ie in trekt ie uit of is boenen zijn werk? Wijktuintjes. Straatgeboden. Graffiti op de muur van de bakker. Criminaliteit, bedreiging, ‘gang’-gerelateerd of gewoon creativiteit? Wat zit erachter? Drie stapels stenen in een voortuin. Lantaarnpaal te koop. Tapijt gestrikt om tak van toch wel extreem hoge stadsboom. Nu ook een bewegend persoon die mijn oog trekt. Het is wel een vorm van etnisch profileren helaas, een donkere man op een tandemfiets. Nog nooit eerder gezien. ‘Alles is weer waardeloos’, ik haat het dat ik het niet begrijp. Elke keer lees ik het weer en elke keer kraak ik mijn hersens tot ik weer opgeef. In roze lichtletters op een verlaten gebouw. De mysterie spat ervan af.

Het kronkelen heeft geholpen. Het heeft mij twee inzichten gegeven. Ten eerste lijkt elke straat (ik overdrijf) op geenander. De architectuur is zo veranderlijk na elk blok (dus niet straat), dat er verandermanagement nodig is om het allemaal te bevatten. Het zijn kleine wereldjes, dus vereist het elk zijn eigen correspondent. Ten tweede zie je ook een duidelijke inzet om de wijk leuker, schoner en socialer te maken, door bijvoorbeeld infopalen met het nummer van grofvuil of door wijktuintjes, wijkregels en speeltuinen. Wie zitten achter deze -wat lijkt- bewonersinitiatieven?

Het nieuws was nog aan het slapen. Slaapkoppennieuws.

Volgende keer meer hands-on. Klim in die boom, Breek in in het gebouw, hou oogcontact, ondervraag de bakker. Dit keer had ik mijn handen op het stuur. Ik ben dus nog geen echte journalist geworden. Volgende keer beter te voet, maar het kronkelen werkt.


Vervolg

  • Uit al deze impressies: Wat heeft volgens jou het grootste potentieel voor een verhaal en zou je mij aansporen om te vervolgen?
  • Existentiële vraag: Wat is nieuws?
  • Wat valt jou op in jouw wijk en wat zou je tot nieuws maken?

Categorieën
Twijfels

The Realest

Aanleiding van dit stuk: Verzeild in de fabeltjesfuik?

Ik wil de echtste zijn in de game. Niet alleen over mezelf en mijn woorden, maar ook de mensen die ik spreek wil ik volledig in hun eigen woorden, zinsopbouw, verbeelding, versprekingen, en tegenstrijdigheden laten. Als ik een stuk lees in de krant krijg ik bijna nooit de eigenaardigheden van de mensen mee, die zij aan het woord laten. Het klinkt allemaal hetzelfde, saaie mooie volzinnen.

Ik wil dat jij een beeld krijgt van de persoon achter de quote. Misschien kan je bedenken door de zinsopbouw dat zij een Spaanse achtergrond heeft. Of misschien krijg je een beter beeld van hoe zij in elkaar steekt, door te laten zien waar zij een zin afbreekt en een nieuwe afslag neemt met haar gedachtes.

Maar ik Twijfel. Mijn moeder heb ik geïnterviewd voor een artikel over complotdenken. Zij is Mexicaanse en spreekt gebrekkig? Nederlands. Zij bouwt haar zinnen eigenzinnig op, met de werkwoorden op onconventionele plekken. Ik wilde het laten hoe zij het zei, maar toen besefte ik, dat ik waarschijnlijk tijdens het overtypen al aanpassingen had gemaakt aan haar zinnen. En wat overbleef neigde ik na elke revisie aan te passen. Ik dacht wat echt niet te begrijpen valt, pas ik aan. Daarmee, doe ik toch concessies bij mijn streven het echt te houden.

– Het moet geen halve werk lijken.

– Het moet geen gimmick zijn.

– Misschien voelt de geïnterviewde zich genaaid als ik zijn/haar gebroken zinnen niet aanpas.

Op heterdaad betrapte ik mijzelf, mijn vragen wel recht te trekken in mooie volvragen. Dus de geïnterviewde mag wel authentiek zijn in zijn/haar fouten, maar ik ben blank en vol?

Echt zijn is moeilijk.


Vervolg

  • Wat vinden jullie hiervan? Heeft het toegevoegde waarde om quotes zoveel mogelijk onaangetast te laten, tot op het punt dat het geen correct Nederlands meer is?
Categorieën
Geen categorie

Strivings

Met het woord strivings verwijs ik naar W.E.B. Du Bois en zijn spiritual strivings. Hij was een Afro-Amerikaanse socioloog en activist rond 1900. In 1903 publiceerde hij het boek ‘The souls of black folks’. In hoofdstuk 1 ‘Of our spiritual strivings’, zette hij uiteen waar de zielen van de zwarte gemeenschap naar smachtten in de racistische Verenigde Staten.

Wat zegt de ziel? Het zijn strivings die misschien nooit behaald zullen worden, maar die de persoon wel hebben doen bewegen, en dus gehoord moeten worden. Het bewegen is uitgemond in het opzetten van Rellenvantie. Hier wil ik mijn (journalistieke) stem laten horen. Gehoord worden, journalistiek zit in de business van gehoord worden. Wie mag gehoord worden? Wie en wat is relevant? Zo bepaalt een beveiliger wie een feest mag betreden. Het feestje is gekleurd, niet gekleurd met kleuren. Er ontstaat een schijnbeeld, omdat je niet stil staat bij de mensen die niet welkom waren. Het is geen objectief feest, geen weerspiegeling van de realiteit of waarheid. Het feestje heeft een thema. De beveiliger heeft niet de logica opgesteld, zeg je dan, er is een opdrachtgever. En soms moet je een metafoor niet te ver doortrekken, of wel.

In ieder geval: is het niet beter om vanuit de ‘ik’ te spreken dan, zodat het gekleurde feestje ook kleur krijgt? De journalist als poortwachter (beveiliger) heeft namelijk de neiging om zichzelf onzichtbaar te maken, omdat zij objectief en dus neutraal zou zijn. In tegenstelling tot hen, schrijf en spreek ik vanuit een waar-heid* in de wereld, daar produceer ik mijn waarheid. Feminist Donna Haraway pleit om de illusie van de ‘gaze from nowhere’ los te laten. Kruistochten van waarheidsvindingen laten wij over aan krantenredacties. Wij zijn persoonlijk, laten blijken dat wij niet anders kunnen dan te schrijven vanuit onze waar-heid. En daarbij om ons heen kijken om mensen en situaties te laten horen die hiernaar smachten. Dit doen we zo ruw en transparant mogelijk. En toch zijn dit strivings van de ziel, die niet altijd waargemaakt kunnen worden.

Wij dromen om gelezen te worden en niet gelijk geneutraliseerd te worden. Een momentje te zijn van overweging of twijfel. Wij dromen om uit te groeien tot een nieuwsblad en legitiem bevonden worden. Ik ben Rellenvantie ook begonnen om te worden wat ik wil worden, journalist en schrijver. Nog praktischer wil ik ook mijzelf onderhouden met dit beroep en hoop ik via dit platform, freelance opdrachten binnen te krijgen. Ik ben hier in wording. En ik hoop dat dit een plek wordt waar niet alleen mijn spiritual strivings geuit worden, maar ook die van mensen die vergeten of tot probleem gemaakt worden.

*Waar-heid en staand-punten, soms moet je woorden uit elkaar halen om ze beter te begrijpen. *Met ‘wij’ anticipeer ik op de uitbreiding van ik met anderen, waarin anderen willen meedoen met Rellenvantie.


Vervolg

  • Wil jij meedoen?
  • Wat zou jij toevoegen of weglaten in deze visie?
Categorieën
Crazy collage

Verzeild in de fabeltjesfuik?

Op zoek naar ‘de waarheid’ met mijn moeder

Naar aanleiding van de aflevering van Zondag met Lubach (ZML) over complotdenkers, vroeg ik mij af of mijn moeder misschien verzeild was geraakt in de fabeltjesfuik. Ik besloot om met haar in gesprek te gaan. Wij hebben voorheen genoeg gesprekken gehad over het nieuws, maar nu wilde ik ook praten over de rol van social media en algoritmes in haar beleving van het nieuws en ‘de waarheid’. Hebben complotdenkers grond om op te staan en moeten wij die ruimte bieden?

Om gelijk vanuit mijn eigen staand-punt te beginnen, ik heb een zwak voor complotten en vooral complotdenkers. Zonder uit te sluiten dat ik er één ben, laat ik ook in het midden of mijn moeder er één is. In tegenstelling tot mij, doet zij wel graag diepgravend onderzoek naar actuele onderwerpen op het internet en social media. Om het plaatje compleet te maken/te verdraaien vind ik het noemenswaardig om te vertellen dat mijn vader Osama Bin Laden een erg aardige man vond lijken. Ik ben alternatief geluid dus wel gewend.

Fan van Lubach

Lubach sprak over de fabeltjesfuik, twee weken trending op die verdoemde YouTube algoritme. Het wantrouwen richting de overheid en media groeit en volgens Lubach is de fabeltjesfuik de alternatieve wereld waarin mensen belanden die geloven in complottheorieën. Het speelt al langer natuurlijk. Sinds de coronapandemie vinden we het moeilijk om realiteit en fictie uit elkaar te halen. En daarvoor begonnen we met Trump al moeilijkheden te ervaren met feiten en cijfers. Maar eigenlijk zijn deze mijlpaaltjes willekeur en een beetje waan van de dag. Complotdenkers en complotten hebben namelijk een rijke geschiedenis en zijn dus van alle tijden. Alhoewel het draagvlak misschien nooit zo groot is geweest. De vraag die ik wil opzetten is: is dat wel zo erg? Voordat ik die vraag probeer te beantwoorden, wil ik de positie van mijn moeder verkennen in dit alles.

Mijn moeder vond het jammer dat ZML het woord complot karikaturiseert. Zij is een groot fan van Lubach en zegt dat uitgerekend hij goed is in complottheorieën uitwerken en eigenlijk zelf een complotdenker is. Hierbij moet je bedenken dat het woord ‘complot’ geen vals, fout of fictief in haar betekenis draagt, ‘theorie’ of ‘denker’ evenmin.

In die aflevering van ZML zie je mensen op het binnenhof politici bedreigen en voor verkrachters uitmaken. Mijn moeder herkent zich niet in dat beeld: ‘Ik vind het heel jammer, want ik denk dat mensen die proberen de waarheid van veel dingen naar boven te krijgen, krijgen niet de kans door deze soort van camouflage, wat Lubach doet. Hij gebruikt deze mensen als het gezicht van complottheorieën. Ik denk niet dat die mensen vertegenwoordigen de miljoenen mensen die een beetje hun geloof hebben verloren in de politiek. En de mensen in de politiek, waarin wij weten: zij vertellen de helft van het verhaal en het nieuws doet dat nog minder.’

Bill Gates

Ik las in een ander artikel dat Bill Gates hoofdrolspeler is in veel complottheorieën. Hij staat onder sommige complotdenkers bekend als de man die het virus heeft veroorzaakt. Helaas moet ik vernemen dat mijn moeder ook geen fan is van de man. De diagnose van mijn moeder staat bijna vast, er lijkt geen ontkomen aan. Zij beweert dat Facebook en Google alles hebben gedaan om de reputatie van Bill Gates te beschermen: ‘Er zijn oude video’s waarin Bill Gates bepaalde dingen zegt met de strekking de wereldbevolking te willen verkleinen. Het was heel nonchalant, dit soort commentaren kwamen zomaar. Niet alleen 1,2,3 keer. Het is bekend al jarenlang dat hij dat wil.’

Daartegenover heeft zij twee of drie vrienden die Bill Gates zien als een altruïst. Dit heeft haar oordeel wat milder gemaakt. Zij gelooft nu dat hij misschien met goede bedoelingen begon, maar dat hij langzaamaan is gecorrumpeerd. Het wantrouwen blijft dus: ‘Ik weet niet wat zijn echte gezicht is, voor mij is dat niet belangrijk. Maar als ik zie dat Facebook en Google voor sommige mensen artikelen verwijderen, omdat zij een ander beeld willen creëren. Ik vertrouw het niet. Ik denk dat na technologie hij ging naar de farmaceutica, omdat de gezondheidszorg is geprivatiseerd.’

Op onderzoek uit

Mijn moeder doet niet aan nattevingerwerk. Zij gaat graag zelf op onderzoek uit, maar in de tricky wegen van het internet is dit bijna af te raden. Misschien is ‘onderzoek doen’ nu alleen mogelijk voor professionals of onder begeleiding van professionals. Professionals die algoritmes omzeilen en een feitencheck-certificaat hebben. Waarheid lijkt geprivatiseerd. Onderzoeken is dus voor de pro’s, mijn moeder zoekt alleen.

Zij zoekt op Google, Facebook en YouTube: ‘Als ik informatie zoek, ja natuurlijk, komen er allerlei thema’s rond wat ik zoek. Ik merk ook meteen, in het bijzonder bij video’s die bepaalde dingen in twijfel trekken. Zij zouden binnen één dag, je zou aan de kant (bij de video-suggesties) precies tegenovergestelde meningen zien, een video die zou zeggen dat je vorige video absoluut nep is. De mensen die spreken tegen bepaalde procedures van de pandemie, binnen één of twee dagen Facebook zou de video’s censureren en jou, informatie sturen die volgens hun echt of nep is.’

Verder zegt mijn moeder ook te kijken naar de achtergrond van haar bronnen: ‘Ik kijk naar de achtergrond van de mensen die bijvoorbeeld een documentaire maken. Ik kijk niet alleen naar hun eigen achtergrond maar ook naar hun netwerk. Er zijn mensen, waar ik misschien niet mee eens ben, maar hun zijn professionals in het vak. Tijdens de pandemie bijvoorbeeld, er waren aantal artsen die zich hebben uitgesproken tegen bepaalde procedures die de World Health Organization (WHO) heeft gemaakt. Binnen twee dagen zouden hun video’s verdwijnen. Ik vind dat een beetje achterdochtig.’

Bill, WHO & Corona

Bill is de eerste schakel die doet vermoeden dat er meer achter deze Coronacrisis zit. Welke sporen zijn er nog meer?: ‘Ik denk dat het Lubach was die een interessant punt bracht over de WHO, een journalist vroeg de WHO-woordvoerder (de Assistent-Directeur-Generaal) waarom zij niet naar voren brachten hoe goed Taiwan de pandemie bestreed. De woordvoerder bleef antwoorden: ‘Ja China doet heel goed werk.’ De journalist zegt: ‘Nee we praten niet over China maar over Taiwan.’ Zij konden de naam niet eens noemen, dus dat betekent dat het woord van WHO is gekaapt door politieke belangen en dat is zo gevaarlijk want het gaat om onze gezondheid.’ ‘Zijn dat niet verregaande conclusies voor wat misschien een klein voorbeeld lijkt?’, vroeg ik mijn moeder. ‘Het is geen klein voorbeeld want dit weten we al van de Verenigde Naties. Dit is geen plek waar iedereen een stem heeft, maar waar 2 á 3 landen regeren wat lijkt te zijn de Verenigde Naties. Hoe kunnen we vertrouwen dat bepaalde belangen geen voorrang krijgen boven het algemeen belang van iedereen?’

Fishy algoritme

In de tussentijd leiden algoritmes ons naar de verschillende schakels in de theorieën, waar, onwaar, onwaarschijnlijk en waarschijnlijk die wij maken. Mijn moeder is er ook niet ongevoelig voor: ‘Ik geef jou een voorbeeld, er was deze arts in Cuba die ik via via tegenkwam, waarin hij elke dag de namen zou noemen die overleden aan de pandemie en op een moment hij zegt: ‘Wij hebben dit (chloordioxide) gebruikt en het heeft heel goed gewerkt.’ Het was een kleine commentaar in een dertigminuten-durende presentatie. Hij presenteerde elke dag vanuit de Cubaanse overheid. Binnen één maand toen ik hem weer opzocht, waren er allerlei video’s die brachten in twijfel zijn geloofwaardigheid.’

Lubach spreekt over de fabeltjesfuik, een steeds dieper gegraven gat door toedoen van algoritmes, het gat wordt een tunnel, en die brengt je naar een alternatieve wereld. Mijn moeder, hoe kan het ook anders, heeft een andere theorie over deze algoritmes. ‘Iemand uit Venezuela deelde dit filmpje en ik luisterde naar het en ik dacht ik vind deze man (Cubaanse arts) echt redelijk. Ik had hem daarna weken niet gevolgd en toen ik dat weer deed, wat je zegt over algoritme: Ja en nee, die meneer was daar, maar niet meer positief, er waren 10 video’s tegen hem. Zij proberen zijn geloofwaardigheid te breken. ‘

‘Wie was deze Cubaanse arts?’, vroeg ik. Mijn moeder vervolgt: ‘Ik weet niet hoe het werkt in Cuba, als die meneer sprak aan het begin, hij lijkt de vertegenwoordiger van de Cubaanse regering. Het was tegelijkertijd heel eenvoudig, heel vriendelijk. In andere landen spraken ze voor 10.000 doden, hij sprak over mevrouw Ramirez en Meneer Flores. Hij had het over een middel dat ze hebben gebruikt en goed werkte. Daarna kwamen de mensen die hem in twijfel trekken (in de video-suggesties). Er is nog niets geks, twee maanden daarna zie ik hem, hij zegt: ‘…Maar ja natuurlijk volgen wij de maatregelen van de WHO.’ De WHO zegt wij gaan dit zo doen en niet zo. Op een bepaald moment mensen waren zelf oplossingen aan het zoeken, want deze WHO-procedures werkten niet bij de eerste golf. Ik merkte dat deze meneer was aangesproken om duidelijk te maken dat zij de WHO-protocollen volgen. Het kwam zó buiten zijn eigen discourse.’

Terug naar haar theorie: ‘Ik denk dat het misschien anders werkt, dit is alleen mijn eigen theorie. Ik denk dat als jij de sensatiestroom volgt die zij willen, de algoritme werkt. Je krijgt alles wat die stroming te bieden heeft, maar als jij probeert tegen de stroom te gaan…’ Mijn moeder maakt hier onderscheid tussen content die zij gebruikt en de meer sensationele content van sommige complottheorieën. Hierin beschouwt zij door haar gekeurde content als legitiem. De algoritmes voeren haar niet dieper in een grot van fabeltjes, maar werken haar tegen om een sober alternatief geluid te vinden, is haar theorie.

Aard van het beestje

‘Ik denk wel dat andere mensen mij als een complotdenker zien. Voor mij is het heel belangrijk om te merken: niet wat wordt er gezegd, maar wat wordt er niet gezegd. Voor mij is dat heel belangrijk, want mijn vraag is: wie heeft profijt van bepaalde omstandigheden?’

Maar is het niet belangrijk om verschil te maken tussen opportunisme en manipulatie?

‘Voorbeeld: Naomi Klein, zij spreekt misschien al 20 jaar over hoe tragedies worden gebruikt om jouw eigen infrastructuur te brengen in landen. Het is soort van een moment van investering. Ik denk dat veel dingen worden…één ding is gemanipuleerd, andere ding is langzaam een richting opbouwen. Ik denk dat het een jarenlang poging is om dingen een richting op te brengen.’

Zou je niet willen samenkomen met mensen die, zoals jou, dingen in twijfel trekken en een beweging starten?

‘Dan zou ik gaan naar waar Zembla ons zou uitnodigen om te gaan, het is een andere soort groepje mensen…’

Ik denk dat Zembla jou misschien ziet als een complotdenker?

‘Ja ik zou me prettiger voelen bij een samenkomst van mensen die Zembla kijken, dan achter de leuke hooligans die achter Rutte lopen op straat.’

Dus je gelooft niet dat politici in een pedofilie samenzwering zitten, zoals die mensen in het filmpje van Lubach?

‘Het is een land, zij hebben een beeld van zichzelf, maar zij beseffen niet hoeveel corruptie er speelt in zoveel sectoren, want zij gebruiken dit woord niet vaak. Wel bij de VVD een aantal keren, maar normaal zien ze het niet als een rode lijn in dingen. Herinner je niet toen Zalm de informateur was en opeens belastingkorting voor multinationals (afschaffing dividendbelasting) werd besproken, terwijl de vorming van de regering bezig is. Deze meneer is bezig met zijn eigen agenda en hij krijgt dat voor elkaar. Later vroegen alle politieke partijen hoe kwamen jullie opeens met dit idee, terwijl het niet in jullie programma’s stond? Dat is corruptie op zoveel manieren. We spreken over de vorming van een regering en deze man had de rol als mediator, dat was zo illegaal. En niemand van hen dacht dat er is iets irregulier gebeurde…In Holland naïviteit is institutioneel.’

Mijn kant van het verhaal (plottwist)

Plottwist: ik was van plan om een ander soort artikel te schrijven, met meerdere mensen aan het woord, andere complotdenkers, experts en Instagrammedewerkers. Het laatste bleek zelfs onmogelijk, omdat het hun contractueel ontboden wordt.

Ik heb anderhalf uur met mijn moeder gesproken, het ging alle kanten op. Het is uit de context, want ik heb de highlights en de grote lijn gereconstrueerd, maar ik heb wel meer ruimte gelaten voor haar woorden. Het zijn bijna uitsluitend haar woorden. Soms schudde ik mijn hoofd tijdens het interview, maar ik vind haar niet gek. Ik geloof ook dat het de taak is van een journalist om mensen, dingen en ideeën begrijpbaar te maken.

Nieuws is altijd uit de context, daarom is het nieuws. Ik laat haar niet zó lang aan het woord, omdat ik haar gelijk geef. Ik doe het zodat zij, de lezer en ik een context opbouwen van haar denken en doen. We bouwen deze context gezamenlijk en gescheiden, samen omdat zij vertelt, ik reconstrueer en de lezer leest en gescheiden omdat we dit alles begrijpen vanuit onze eigen interpretatie. Uiteindelijk oordeelt de lezer zelf wat het vindt. Op dezelfde manier zoals ik naar haar probeerde te luisteren, om haar te begrijpen. Dat het om mijn moeder gaat is essentieel. Ik ken haar namelijk in zoveel facetten, dat ik haar nooit makkelijk zou kunnen wegzetten als eendimensionaal of gek. Moet dat niet altijd de bedoeling zijn?

Gek is ze dus niet voor mij. Wat ik mij vooral afvroeg na onze gesprek was: hoe kunnen mensen en organisaties verdacht en beschuldigd worden door andere mensen van zulke grote complotten? Sommige mensen en organisaties zijn boven onze hoofden uitgestoken is mijn eerste antwoord. Hoe is Bill Gates zo boven ons uitgestegen dat er mensen zijn die hem verdenken van wereldmanipulatie? Hoe kunnen organisaties zo alomvattend lijken dat zij geen begin of einde kennen? Als je de randen niet kan vinden, dan is de cirkel snel rond. En als de cirkel rond is dan heb je een theorie. Of het klopt is een tweede, ik heb er in ieder geval begrip voor.

Het is natuurlijk geen vrijkaart, maar ik voel wel begrip. Aan de andere kant voelde mijn moeder vooral onbegrip voor de complotactivisten op het Binnenhof, met ook weinig begrip voor hun theorieën. Ik weet niet of we daar de grens moeten trekken. Deze mensen hebben wellicht een nieuw perspectief gevonden waarmee ze naar de wereld kijken. In de sociologie heb je het conflictparadigma die alles verklaart vanuit tegenstellingen en conflicten en misschien is dit de overtreffende trap: het complotparadigma. Ik zeg maar wat.

In ieder geval heb je een spectrum aan complotdenkers, waar de meest extremen dan aandacht krijgen in het nieuws. Maar er is een hoop wat wij kunnen leren uit dit spectrum, er zitten genoeg bruikbare kritische vragen in. ‘Het is bijna een journalistieke zelfmoordactie om over dit onderwerp een uitzending te maken, zo voelt dat’, vertelde onderzoeksjournalist Sanne Terlingen in een making-of video van haar uitzending ‘Glasscherven en duistere rituelen’. Het ging over ritueel misbruik in netwerkverband. Zonder ongegronde aannames te doen en te vervallen in grootse complotconclusies, toonde ze aan dat er in ieder geval politieonderzoek nodig is naar dit onderwerp. De vraag is of wij niet eerder op dit spoor zouden komen als er niet de angst loerde van een journalistieke zelfmoordactie. Dit is een retorische vraag.

Deze volgende vraag is dat niet: hoe gaan we om met sporen en schakels die we bijvoorbeeld vinden op het internet? Is het wijs om de losse eindjes aan elkaar te knopen? Om journalist Olaf Tempelman te parafraseren uit zijn artikel ‘‘Complotten zijn echt, waar denkt u dat die theorieën vandaan komen?’: vergeet je dan niet de pech, toeval, noodlot en menselijke klunzigheid die een groots complot in de weg zou zitten? Precies dat is mijn probleem met het geloven van alomvattende complottheorieën. Uiteindelijk blijven Bill Gates en organisaties vooral menselijk in mijn ogen. ‘Klungels, roddelaars en amateurs’ noemt Olaf de mensen, waar geen één instantie van bespaard blijft.

Prutsers, pipos en klunzen er nog aan toe…Wij komen tekort om de aarde onder de voeten te houden. Desondanks geloof ik dat er meer ruimte moet zijn voor complotdenkers als mijn moeder. Zij kan haar verdenkingen en theorieën niet waarmaken. Het probleem is dat niemand dat kan. Wel is er nieuws, maar dat is altijd uit de context. Het helpt niet dat programmeurs van Facebook niet kunnen worden geïnterviewd door journalisten. Of dat gezondheid niet los te zien is van de economie en politiek. En dat Bill Gates en 5% anderen zo een grote invloed hebben op de wereldeconomie, dat de andere 95% alleen maar kunnen speculeren.


Vervolg

  • Het verhaal is nooit af. Welke vervolgvragen komen bij jou op?
  • Geloof jij dat er meer ruimte moet zijn voor complotdenkers?

Categorieën
Verkennen

Instagram, algoritmes en complotten

Aanleiding van dit stuk: Verzeild in de fabeltjesfuik?

‘…Maar als ik zie dat Facebook en Google voor sommige mensen artikelen verwijderen, omdat zij een ander beeld willen creëren. Ik vertrouw het dan niet meer.’ Mijn moeder, een quasi-complotdenker in de goede zin van het woord vind ik, wordt achterdochtig als content wordt gevlagd of verwijderd van social media. Het feit dat de verantwoordelijkheid en het vertrouwen uit haar handen worden getrokken om zelf te bepalen of iets waar of niet waar is, laat haar de betrouwbaarheid van de betrouwbare bron in twijfel trekken. Dit beleid werkt averechts bij mijn moeder. De vragen die bij mij opborrelen zijn: hoe steekt het beleid omtrent nep nieuws en complottheorieën eigenlijk in elkaar en wat is het proces achter de vlaggetjes en labeltjes?

Beleid

Veel is er niet bekend over het beleid van Facebook en Instagram op het gebied van complottheorieën. ‘Ik ben niet op de hoogte van specifiek beleid van Instagram om het bereik van complottheorieën te verkleinen of vergroten’, zegt Nicolas Kayser-Bril, journalist van AlgorithmWatch die de algoritmes van Instagram heeft onderzocht omtrent naaktheid in posts. Over fake news schrijft Facebook: ‘Alhoewel nep nieuws niet direct de Community Standards overtreedt, gebeurt dit vaak toch wel door in andere categorieën in overtreding te zijn, zoals spam, haatdragende teksten of neppe accounts. Deze worden dan verwijderd…Ook gebruiken we machine learning om ons team te helpen bij het detecteren van fraude en het handhaven van ons beleid tegen spam.’

Facebook en Instagram maken gebruik van externe feitencheckers. Voordat zij in het spel betrokken worden, moet eerst ‘potentiële misinformatie geïdentificeerd worden door ontvangen signalen. Dit kan bijvoorbeeld door feedback van mensen op Facebook’. Bij uitzondering kunnen zij zelf actief op zoek gaan naar valse content.

Feitencheckers

Nu kunnen de feiten gecheckt worden. Dit gebeurt onafhankelijk van Facebook. Als het nodig blijkt, volgt er een label op de (mis)informatie met toegevoegde context en gebruikers die de content willen delen, krijgen een notificatie dat het misinformatie betreft. De gelabelde content wordt gefilterd uit ‘Verkennen’ van Instagram en verschijnt ook minder snel in de ‘Feed’ of ‘Verhalen’.  Als laatst kunnen er maatregelen getroffen worden tegen herhalende overtreders.

Echter, Facebook laat in een bijzin nog weten niet alleen afhankelijk te zijn van de onafhankelijke feitencheckers: ‘Dit beleid is niet afhankelijk van beoordelingen van feitencheckers en politici zijn niet vrijgesteld van onze richtlijnen voor de community.’ Wie nog meer invloed heeft op de beoordelingen wordt verder niet duidelijk.

Feitencheckers hebben verschillende beoordelingsopties, zijnde: juist, satire, ontbrekende context, gedeeltelijk onjuist, bewerkt en onjuist. Onder ‘onjuist’ valt deze definitie van complottheorieën te lezen: ‘Complottheorieën die gebeurtenissen uitleggen als het geheime werk van personen of groepen, die juiste of niet-verifieerbare informatie kunnen bevatten, maar een onaannemelijke conclusie presenteren. Bijvoorbeeld: een bewering dat mensen binnen de overheid direct verantwoordelijk zijn voor een terroristische aanslag om die aanslag als reden voor het starten van een oorlog te gebruiken.’

Transparantie

Hoe transparant dit beleid ook lijkt te zijn, weten wij alsnog erg weinig. Facebook en Instagram geven namelijk geen inkijk in hun systemen en algoritmes. We lezen ‘wat’ de intenties zijn, maar kunnen de ‘hoe’ niet controleren. Daarvoor zouden de algoritmes opengesteld moeten worden. Vooral in de signaleringsfase van fake news zijn algoritmes essentieel om desbetreffende posts te coderen en labelen.

Wat is een algoritme? Ik weet het ook niet zo goed, iets met wiskundige modellen en automatische processen. Simpeler: een algoritme is een methodische reeks stappen die bijvoorbeeld wordt gebruikt om berekeningen te maken en problemen op te lossen. Lees hier meer over.

Nicolas vertelt hoe terughoudend Instagram was om mee te werken aan het onderzoek van AlgorithmWatch: ‘Zij hebben geen antwoorden gegeven op de vragen die wij hadden opgestuurd en kleineerden onze research set-up. Een paar dagen later publiceerde Instagram een statement waarin zij ons werk verkeerd representeerden door te claimen dat wij 26 posts hadden geanalyseerd terwijl dit tegen de 2.000 posts zat. Het statement hebben zij overigens snel weer verwijderd.’

Non-argument

Social mediabedrijven hangen veel waarde aan geheimhouding over hun systemen en algoritmes. Zij beweren anders geen eerlijke concurrentie te kunnen voeren met andere bedrijven. Facebookmedewerkers worden bijvoorbeeld verboden om te praten met journalisten. Nicolas betwijfelt de nood voor deze geheimhouding: ‘Transparantie is belangrijk voor de maatschappij, omdat het journalisten, onderzoekers en consumentenbonden de mogelijkheid geven om de systemen beter te begrijpen. En als alles en iedereen transparant moet zijn, voelen alle bedrijven dezelfde impact. Er is geen goed argument tegen transparantie.’

Als kanttekening geeft Nicolas aan dat toegang tot de code van algoritmes weinig toevoegt, omdat het systemen zijn die zichzelf modificeren aan de hand van de data die zij binnenkrijgen. Deze data kunnen natuurlijk niet vrijgegeven worden vanwege de nodige privacy rechten van gebruikers. Hij suggereert daarom om interfaces te creëren, waarin journalisten en onderzoekers de Instagram algoritmes kunnen testen met een eigen dataset. Hij wil wel de garanties dat het systeem niet wordt gegamed door de programmeurs van Facebook, zoals in de autobranche gebeurde met ‘dieselgate’.

Hoe zijn algoritmes?

De ‘hoe’ zijn de machine learning algoritmes, deze worden getraind met een specifieke dataset. Wat dan ontstaat is een machine learning model. Het model, getraind en wel, kan dan op zichzelf acteren en nieuwe data analyseren. Instagram is gericht op foto’s en video’s, daarvoor wordt eenzelfde machine learning model gebruikt, genaamd Computer Vision. Deze herkent vormen in de foto’s en geeft ze bepaalde labels mee. Het verschil met een gewoon machine learning model is dat in de meeste gevallen bij Computer Vision, de trainingsdata gelabeld en handmatig ingevoerd worden door mensen. Deze mensen zijn vaak ‘crowd workers’, zij bieden hun diensten goedkoop aan op crowdsourcingplatforms om ervaring op te doen of voor een groot bedrijf te werken. Bedrijven besteden dan projecten, als het trainen van machine learning models, uit aan grote groepen ‘crowd workers’.

Agathe Balayn is een PhD-kandidaat aan TU Delft en doet onderzoek naar machine learning models. Zij zegt: ‘Het werk van labelen is vervelend en langdradig. Dit wordt nu uitgevoerd door mensen van crowdsourcingplatforms. Deze werknemers worden vaak uitgebuit en onderbetaald. In het geval van gewelddadige en obscene content zijn zij hier dagelijks aan blootgesteld, wat psychologische problemen kan veroorzaken op de lange termijn.’ Daarnaast zijn ze vaak minder precies en kritisch in hun werk, schrijft Agathe in een ander onderzoek.

Oneerlijke patronen

Wat problematisch kan zijn van machine learning algoritmes, is dat zij werken door het identificeren van statistische patronen in de data. Als gevolg worden zeldzame patronen niet gevonden. In andere woorden, het is essentieel in welke data het model is getraind. Daarom zie je nog dat er vaak valse verbanden worden gelegd als het gaat om minderheden: ‘In Computer Vision werkt gezichtsherkenning bijvoorbeeld veel beter op witte mannen dan bij vrouwen van kleur. Dus op je vraag of het witte mensen beschermt, dat is niet het geval. Het is eerder dat het anderen kan schaden.’ Agathe richt zich in haar onderzoek op deze thema’s, wat in machine learning-onderzoek ‘unfairness’ wordt genoemd.

Agathe kan zich ook voorstellen dat ‘unfairness’ voorkomt in de gevallen van fake news en complottheorieën: ‘Hetzelfde (‘unfairness’) kun je terugvinden in fake news. Wanneer fake news eerder subjectief is, of niet veel voorkomt en wanneer het vaak dezelfde onderwerpen aansnijdt of dezelfde protagonisten heeft. In deze gevallen kunnen de algoritmemodellen valse en oneerlijke correlaties maken rond deze onderwerpen en/of protagonisten.’

Wat is een algoritme? Een algoritme kan dingen publiek maken, een algoritme kan zelf publieken creëren en het kan jou onderdeel maken van een publiek. Een algoritme heeft dus het vermogen om nieuwe realiteiten creëren.

Monopoly op de waarheid

Facebook, 45 onafhankelijk feitencheckers en algoritmes maken een claim op de waarheid. Gebruikers zijn verplicht om hun oordeel aan te horen: juist of onjuist, goed en fout. Misschien moet je de mogelijkheid geven aan de gebruiker om te kiezen voor de ‘uncut’ of bewerkte versie van sociale media? Pogingen om volledig waarheid van fictie te filteren, is een illusie die is vormgegeven door de trainingsdata van een algoritme of de achtergrond en toegang tot informatie van een feitenchecker.

Agathe vertelt ook hoe gebrekkige definities ruimte laten voor subjectiviteit: ‘Voor haatspraak is de issue dat het niet precies genoeg wordt gedefinieerd, wat ruimte laat voor subjectiviteit en ambiguïteit in de creatie van de datasets. Tot gevolg dat niet alles wat als haatspraak wordt gevlagd, overeenkomt met wat de gebruikers misschien zouden verwachten. Wat ook weer verschilt per gebruiker.’ Je ontkomt niet aan subjectiviteit, dat is een feit? En als zij de waarheid in pacht hebben, mag het in transparantie?


Voorbeelden hoe Computer Vision memes analyseert:

Meme 1
Meme 2
Meme 3

Meme 1 bevat spreektaal, bijvoorbeeld door het gebruik van het woord ‘tryna’. Meeste machine learning modellen zijn getraind met correct taalgebruik, daarom kunnen zij geen betekenis geven aan het woord.

Computer Vision modellen herkennen grote elementen in een foto, zoals een lichaam, gezicht, pet of broek. De karakteristieken van de objecten herkennen zij niet, zoals de stijl van kleding, in dit geval de gescheurde broek in meme 1.

Memes 2 en 3 vereisen achtergrondinformatie over de BLM-beweging. Context is nodig om te bepalen of de tekst fake nieuws is of niet. Bij de derde meme kan Computer Vision niet checken of het gezicht op het plaatje correspondeert met de naam. Hiervoor is er toegang nodig tot andere databases. In beide gevallen kan Computer Vision dus weinig doen qua signalering.


Vervolg

  • Het verhaal is nooit af. Welke vervolgvragen komen bij jou op?