Categorieën
Bijstandsverhalen Crazy collage

9 tot 5 mentaliteit

Ik haat werken

Ik haat mijn werk! Het is zinloos en het steelt de beste uren uit mijn leven. Dit is niet wat ik hoor te doen. Zo voelt het soms, in mijn emotie. Natuurlijk zijn er nuances. Maar het onderbuikgevoel blijft: dit is niet voor mij. Dit is niet waar ik mijn kostbare tijd aan wil besteden.

Werk knaagt aan mij. Stukje bij beetje word ik een werktuig. 

Hoe gaat het op werk? Sommige mensen zeggen dan: werk is werk. Het is niet leuk, maar het moet.

Maar je zult werken in deze maatschappij! 

Werk houdt ons in beweging. In een sleur met weinig fantasie. Wat nou als ik stop met rennen? Kan de wereld er dan anders uitzien? Staat het leven gelijk aan hard werken? Is alles te groot geworden? Ben je overal maar een schakel in de machine? 

Kan het ook kleinschaliger in een grote open wereld? Kom je dan automatisch uit bij de jagers en verzamelaars van de moderne tijd? De afgezonderde tribes in de Amazone, of de zeenomaden? Is werk altijd een economisch begrip geweest?

Wat is werk?

Er is maar één soort werk die ertoe doet: betaald werk (vanaf nu afgekort tot Werk). 

Werk is de toegang tot de maatschappij. Vrijwilligerswerk, huishoudelijk werk, zorg voor familie en vrienden, werk voor de community, dat wordt geclassificeerd tot vrijetijdsbesteding. 

Werk is de zon. De rest draait eromheen.

Ik hoef je niet te vertellen over jagers en verzamelaars. Hun werk ging over overleven. Misschien hebben we het dan over het echte leven. Ook het verbouwen van het land om zelfvoorzienend te zijn; dat was overleven.

Toen het niet meer over leven ging, maar over productie, begon het echte Werk. Fast forward naar het kapitalisme: Mensen zijn gereduceerd tot arbeidskracht of grondstoffen die uitgebuit moeten worden.

De aarde en de mens staan sindsdien in het teken van productie en kapitaalvergroting. We krijgen er wel iets voor terug: welvaart en vrijheid.

Maar een ruil is per definitie geen vrijheid. Nemen en geven in deze context is een valse onderbouwing voor het opgeven van je vrijheid. Het is altijd een ruilvoetverslechtering. Dat vrijheid gebonden is aan iets inleveren, is fundamenteel onlogisch.

Als we stoppen met werken, stort deze wereld in. Maar de aarde en de mens, die overleven. Daarom is er zoveel propaganda over Werk in de moderne maatschappij.

Ik hoef je niets te vertellen over de piramide van Maslow. Vroeger was overleven genoeg. Nu is dat niet meer voldoende. We willen zelfontwikkeling, we willen welvaart. Vooral als we onze persoonlijke ontwikkeling koppelen aan Werk en welvaart. Dan gaat het over groei binnen het systeem, efficiëntie, het verbeteren van je positie. Maar soms groei je daaruit. En dan begin je je af te vragen: hoe kom ik weer bij de kern? Hoe keer ik terug naar over-leven?

Werkloos

‘Ik denk dat als mijn moeder in het begin meer aandacht had gekregen, ze misschien zelfs betaald werk zou krijgen. Als werkcoach denk ik dat zij het echt had gekund. Ze spreekt vier talen, had kinderen op de basisschool, een netwerk, ze was zelfredzaam, ze kende haar weg in Nederland.’

‘Ik vind het raar om iemand te moeten overtuigen van dingen die ik weet en ervaar. Het is vermoeiend. Het zou niet zo moeten zijn. Als jullie het niet zien, dan doe ik blijkbaar iets goed. Dan camoufleer ik het goed. Jullie weten niet hoe vaak ik naar drie objecten kijk en niet weet wat ik ermee moet. Dat ik niet in beweging kom.’ Deze mist heeft mijn moeder nooit gestopt, ze is altijd binnen haar beperkingen voluit gegaan. Het zegt ook niks over de kwaliteit van haar werk, maar geeft alleen de moeilijkheidsgraad waar ze intern op momenten mee te maken had.

Mijn moeder heet Lilia. Ze zit in de uitkering. ‘Het voelt als een koperen kooi. Koper is waardevol, maar een kooi blijft een kooi.’ 

Zij had een keuze: ga ik schoonmaakwerk doen? Of volg ik mijn roeping, werken voor de kerk, en mijn kinderen zien opgroeien?

‘Ik heb voor het tweede gekozen. Maar niet zonder een factuur. Het is een stigma:  leven met een uitkering. Het gevoel dat je niet op een niveau functioneert waarvoor je betaald krijgt. Het gevoel van nét niet goed genoeg. Ha!’

Maar het was niet zo dat Lilia niet midden in de samenleving stond en niet bezig was.’ De eerste vijf jaar werkte ik meer dan veertig uur per week. Voor Stichting Melania en de parochie. In verschillende rollen. Ik heb een burn-out opgelopen in die vijf jaar.’

‘Werkloos, maar Kapot van het werk.’

We kwamen in 2002 naar Nederland, vanuit El Salvador. Mijn moeder was veertig. Kort daarna begon haar menopauze. Te vroeg, denkt zij. Door stress. Door migratie. Door overleven. Haar lichaam maakte bepaalde hormonen niet meer aan. Ze voelden zich instabiel, in haar hoofd en lichaam.

Mijn zusje heet Anna. Ze Werkt bij de gemeente als Werkcoach voor statushouders. 

‘Toen ik met dit werk begon, had ik nog de beelden van mijn moeder in mijn hoofd. Hoe ze behandeld werd door de gemeente, door werkcoaches. Ik was in strijd met mezelf. Ik wilde niet die persoon zijn. Niet degene die oplegt of afstraft.’

Maar tijdens de trainingen werd het snel duidelijk: je bent geen hulpverlener, maar een dienstverlener. Een uitvoerder van de Participatiewet. Aanklager en handhaver tegelijk. De werkcoach klaagt aan als afspraken niet worden nagekomen, maar beoordeelt ook verwijtbaarheid. Of er een maatregel nodig is.

‘Mensen begeleiden naar werk is moeilijker dan ik had gedacht. Mensen die net in de uitkering komen, zijn vaak nog vol hoop. Vol strijdlust: ik wil dit en dat, ik ga eruit. Maar vaak gaat het trager dan gedacht. En mensen die er langer in zitten? Voor hen is het veilig geworden. Buiten die wereld denken is lastig.’

‘Ik merk wel… soms loont het. Zelfs al neemt iemand de gaarste baan ever aanneemt, heeft het 9 van de 10 x toch positieve effecten. Ze gaan naar buiten, krijgen ritme, een salaris. Ze worden beloond voor hun tijd en energie. Dat hoor ik tenminste van collega’s.’

Werk loont is het motto. En Anna begint er in te geloven. Als kind zag ze wat Lilia deed wel als legitiem werk. Toen ze wat ouder werd begon ze zich wel af te vragen: Waarom zoek je geen betaald Werk? Ze zag haar moeder werken en ze zag haar capaciteiten.

Werk loont heeft een tegenstelling in zich waar Lilia zich tegen verzet: ‘het gaat niet om werken of niets doen’. Niemand die ze kent in de uitkering zit thuis op de bank. Ze zorgen voor familie, ze zijn actief in hun buurt. Ze onderhouden een gevoel van gemeenschap.

‘Dat is waar ik op werk mee struggle,’ zegt Anna. ‘Cliënten die zeggen: ik heb geen tijd. Ik moet boodschappen doen, kinderen halen. Ik snap dat. Maar dan komt mijn rol: het is niet de bedoeling dat je in de uitkering blijft. Wat kun je wél doen?’ Haar collega’s zeggen:

‘In Nederland moeten we dat combineren: Werken, huishouden en familie.’

Volgens Anna is haar moeder een uitzondering. ‘Jij was op een gegeven moment een soort sociaal maatschappelijk werker. Mensen zagen jou als vriendin, maar eigenlijk was je aan het werk.’ Lilia benadrukt dat het voor haar ook vrienden zijn. Het was voor haar ook geen Werk in enge zin.

Anna: ‘Het lijkt me niet dat al mijn cliënten zo zijn.’ 

Waarom niet? 

‘Ik ken niemand zo goed als mijn moeder. En ik ga mijn cliënten ook nooit zo goed leren kennen. Mijn punt is vooral: mijn moeder is speciaal hierin!’

Toch heeft Anna een rol die zo diep intervenieert in het leven van anderen. Alsof ze in een intieme moeder-dochterrelatie, met macht over hoe de ander moet leven..

CV van een Werkloze

  • Stichting Melania – 4-5 jaar
  • Dagopvang Pauluskerk – 2 jaar
  • Bezoekgroep Asielzoeker Rotterdam – 4 jaar
  • Meldpunt Vreemdelingendetentie – 2 jaar
  • Philisophy en hapjes – 1,5 jaar
  • Spaanse parochie – 16 jaar
    • communitybuilding 
    • Organisatie en coördinatie van liturgie en woordviering
    • Lid van pastorale raad
    • Bezoek aan zieken
    • Catechese voor jongeren
  • Parochie Het Steiger
    • Lid pastoraal team – 2 jaar 
    • Liturgische dienst – 15 jaar
  • Stichting St Egidio – 2 jaar 
  • Organisatie en coördinatie Aanbidding van het Allerheiligste in Kathedraal – 4 jaar

Side quest: Er is inmiddels een hele economie gebouwd op de uitbuiting van Werklozen en kwetsbaren. Op de ladder van werkparticipatie zijn allerlei verdienmodellen ontstaan op basis van gedwongen participatie. De sociaalondernemer is de redder in nood, en de Werklozen en kwetsbaren worden gedrukt in nood om gered te worden. Zonder een significante pool van deze groep verdwijnt het verdienmodel.

Klimmen op de ladder

Werk geeft Anna bepaalde vrijheden, waar zij inmiddels aan gewend is geraakt en graag wil behouden. Geld, bestaanszekerheid en vrijheid. 

Wij bewegen van een lagere naar een hogere sociaaleconomische positie. Werk is de grote drijfveer. Van zelf de uitkering ervaren, naar een positie waarin je intervenieert als systeemwerker in de levens van vreemden.

Ik ook. Ik werk voor de gemeente. Mijn vrijheid is: uit eten in het weekend, reizen in de zomer. Als ik iets wil, kan ik het meestal kopen. En dat houdt me bezig. Wat ik net niet kan kopen. Wat net buiten bereik ligt. De prikkel fluistert: er is meer gemak op de horizon. 

Tegelijkertijd voel ik me niet op mijn plek in het leven, want mijn leven is Werk. Mijn zelfontwikkeling draait nu om: hoe kan ik iets zinvols doen, zonder verlies te draaien? Geld is een voorwaarde geworden.

Gevangen in die kooi zegt Anna het volgende: ‘Ondertussen kan ik voldoening uit mijn werk halen, als ik mijn week goed afsluit, rapportages zijn gedaan, geen mailtjes, geen appjes, dan heb ik het gevoel dat ik een goede werkweek heb gehad.’ 

Voldoening uit een goede werkweek gaat dus over controle behouden op je werkzaamheden. Het moet binnen de perken blijven. Werk gaat vaak over controle. Werk heeft controle over jouw tijd. En jij controleert dat er niets gaat leven in het Werk.  

Liefdewerk

Niemand kiest voor een uitkering, maar mijn moeder heeft wel gekozen hoe zij haar tijd wil besteden. 

Soms is mijn moeder een moeilijk voorbeeld om te volgen. Ik verspil 40 uur per week van mijn leven aan iets wat ik niet zou moeten doen. 

Anna zegt: ‘Ik wist niet dat je deze kant op wilde…daar heb jij, ma, de lat hoog gelegd. ‘Werk doen dat niet je roeping is, voelt als tekortkomen.’ 

Mijn partner zoekt geen voldoening in haar werk. Ze haalt het uit haar privéleven. Ik kan dat niet zo compartimentaliseren. Ik blijf erbij: als ik mijn meest productieve uren besteed aan iets wat niet zinvol is, dan verspil ik mijn leven.

Wat moeten we tegen onze zoon zeggen? Dat hij zijn werk ook gaat haten, en dat hij van zes tot acht zijn eigen leven mag leiden? En dan mag hij zijn geld uitgeven. Online.

Ik ben niet moedig genoeg om te kiezen voor minder welvaart in de enge zin. Of om echt uit het systeem te stappen. Ik zie de keuze niet. We hebben onze ziel verkocht

Er zijn heel veel mensen slecht in hun Werk, of Werk doen dat ze niet willen. Heel veel mensen gaan ook ten onder aan hun Werk. Ze Werken om te overleven. Hoe kijk je daarnaar, moeder?

‘Hoe had ik het anders kunnen zien? Iedereen is geland waar die is geland. Alsof ik een keuze had. Alsof ik alle opties zag. Maar ik zag ze niet.’

‘En de manier waarop jij het vertelt; dat alleen mensen die Werken hun gezondheid opofferen? Die dingen doen die ze niet willen? Met of zonder roeping: Werk heeft een prijskaartje. Ik accepteer ook dat ik niet alles leuk ga vinden wat ik doe.’

Maar het grote verschil is dat veel mensen hun werk zinloos vinden. Dat ze geloven dat geld de voorwaarde is om te overleven. Dat is wat ons wordt opgelegd.

Mijn moeder voelde zich niet in staat om mee te draaien in die realiteit, fysiek en mentaal. Daarmee werd ze afgekeurd volgens de standaarden van deze maatschappij.

Tegelijkertijd bracht het haar op een ander punt: ze had geen keuze, behalve kiezen voor liefde.1

We kunnen ook vertrekken vanuit liefde. Door te accepteren dat we niet compleet zijn.2 Dat we in onze aard niet voldoen aan de hedendaagse standaarden.

Als we vertrekken vanuit liefde: Welk Werk overleeft er dan op deze aarde? Volgens mij kunnen we genoeg voldoening halen uit over-leven en samen-leven.

  1. Dit is mijn interpretatie en verwoording. Lilia spreekt meer over geloofsovertuiging en rechtvaardigheid als haar drijfveren. ↩︎
  2. In de podcast Compositions Book Club over Cedric Robinson werd dit voorgesteld als het startpunt in de verwerping van kapitalisme. ↩︎

Vervolg

Het verhaal is nooit af. Welke vervolgvragen komen bij jou op?

Categorieën
Crazy collage

Verzeild in de fabeltjesfuik?

Op zoek naar ‘de waarheid’ met mijn moeder

Naar aanleiding van de aflevering van Zondag met Lubach (ZML) over complotdenkers, vroeg ik mij af of mijn moeder misschien verzeild was geraakt in de fabeltjesfuik. Ik besloot om met haar in gesprek te gaan. Wij hebben voorheen genoeg gesprekken gehad over het nieuws, maar nu wilde ik ook praten over de rol van social media en algoritmes in haar beleving van het nieuws en ‘de waarheid’. Hebben complotdenkers grond om op te staan en moeten wij die ruimte bieden?

Om gelijk vanuit mijn eigen staand-punt te beginnen, ik heb een zwak voor complotten en vooral complotdenkers. Zonder uit te sluiten dat ik er één ben, laat ik ook in het midden of mijn moeder er één is. In tegenstelling tot mij, doet zij wel graag diepgravend onderzoek naar actuele onderwerpen op het internet en social media. Om het plaatje compleet te maken/te verdraaien vind ik het noemenswaardig om te vertellen dat mijn vader Osama Bin Laden een erg aardige man vond lijken. Ik ben alternatief geluid dus wel gewend.

Fan van Lubach

Lubach sprak over de fabeltjesfuik, twee weken trending op die verdoemde YouTube algoritme. Het wantrouwen richting de overheid en media groeit en volgens Lubach is de fabeltjesfuik de alternatieve wereld waarin mensen belanden die geloven in complottheorieën. Het speelt al langer natuurlijk. Sinds de coronapandemie vinden we het moeilijk om realiteit en fictie uit elkaar te halen. En daarvoor begonnen we met Trump al moeilijkheden te ervaren met feiten en cijfers. Maar eigenlijk zijn deze mijlpaaltjes willekeur en een beetje waan van de dag. Complotdenkers en complotten hebben namelijk een rijke geschiedenis en zijn dus van alle tijden. Alhoewel het draagvlak misschien nooit zo groot is geweest. De vraag die ik wil opzetten is: is dat wel zo erg? Voordat ik die vraag probeer te beantwoorden, wil ik de positie van mijn moeder verkennen in dit alles.

Mijn moeder vond het jammer dat ZML het woord complot karikaturiseert. Zij is een groot fan van Lubach en zegt dat uitgerekend hij goed is in complottheorieën uitwerken en eigenlijk zelf een complotdenker is. Hierbij moet je bedenken dat het woord ‘complot’ geen vals, fout of fictief in haar betekenis draagt, ‘theorie’ of ‘denker’ evenmin.

In die aflevering van ZML zie je mensen op het binnenhof politici bedreigen en voor verkrachters uitmaken. Mijn moeder herkent zich niet in dat beeld: ‘Ik vind het heel jammer, want ik denk dat mensen die proberen de waarheid van veel dingen naar boven te krijgen, krijgen niet de kans door deze soort van camouflage, wat Lubach doet. Hij gebruikt deze mensen als het gezicht van complottheorieën. Ik denk niet dat die mensen vertegenwoordigen de miljoenen mensen die een beetje hun geloof hebben verloren in de politiek. En de mensen in de politiek, waarin wij weten: zij vertellen de helft van het verhaal en het nieuws doet dat nog minder.’

Bill Gates

Ik las in een ander artikel dat Bill Gates hoofdrolspeler is in veel complottheorieën. Hij staat onder sommige complotdenkers bekend als de man die het virus heeft veroorzaakt. Helaas moet ik vernemen dat mijn moeder ook geen fan is van de man. De diagnose van mijn moeder staat bijna vast, er lijkt geen ontkomen aan. Zij beweert dat Facebook en Google alles hebben gedaan om de reputatie van Bill Gates te beschermen: ‘Er zijn oude video’s waarin Bill Gates bepaalde dingen zegt met de strekking de wereldbevolking te willen verkleinen. Het was heel nonchalant, dit soort commentaren kwamen zomaar. Niet alleen 1,2,3 keer. Het is bekend al jarenlang dat hij dat wil.’

Daartegenover heeft zij twee of drie vrienden die Bill Gates zien als een altruïst. Dit heeft haar oordeel wat milder gemaakt. Zij gelooft nu dat hij misschien met goede bedoelingen begon, maar dat hij langzaamaan is gecorrumpeerd. Het wantrouwen blijft dus: ‘Ik weet niet wat zijn echte gezicht is, voor mij is dat niet belangrijk. Maar als ik zie dat Facebook en Google voor sommige mensen artikelen verwijderen, omdat zij een ander beeld willen creëren. Ik vertrouw het niet. Ik denk dat na technologie hij ging naar de farmaceutica, omdat de gezondheidszorg is geprivatiseerd.’

Op onderzoek uit

Mijn moeder doet niet aan nattevingerwerk. Zij gaat graag zelf op onderzoek uit, maar in de tricky wegen van het internet is dit bijna af te raden. Misschien is ‘onderzoek doen’ nu alleen mogelijk voor professionals of onder begeleiding van professionals. Professionals die algoritmes omzeilen en een feitencheck-certificaat hebben. Waarheid lijkt geprivatiseerd. Onderzoeken is dus voor de pro’s, mijn moeder zoekt alleen.

Zij zoekt op Google, Facebook en YouTube: ‘Als ik informatie zoek, ja natuurlijk, komen er allerlei thema’s rond wat ik zoek. Ik merk ook meteen, in het bijzonder bij video’s die bepaalde dingen in twijfel trekken. Zij zouden binnen één dag, je zou aan de kant (bij de video-suggesties) precies tegenovergestelde meningen zien, een video die zou zeggen dat je vorige video absoluut nep is. De mensen die spreken tegen bepaalde procedures van de pandemie, binnen één of twee dagen Facebook zou de video’s censureren en jou, informatie sturen die volgens hun echt of nep is.’

Verder zegt mijn moeder ook te kijken naar de achtergrond van haar bronnen: ‘Ik kijk naar de achtergrond van de mensen die bijvoorbeeld een documentaire maken. Ik kijk niet alleen naar hun eigen achtergrond maar ook naar hun netwerk. Er zijn mensen, waar ik misschien niet mee eens ben, maar hun zijn professionals in het vak. Tijdens de pandemie bijvoorbeeld, er waren aantal artsen die zich hebben uitgesproken tegen bepaalde procedures die de World Health Organization (WHO) heeft gemaakt. Binnen twee dagen zouden hun video’s verdwijnen. Ik vind dat een beetje achterdochtig.’

Bill, WHO & Corona

Bill is de eerste schakel die doet vermoeden dat er meer achter deze Coronacrisis zit. Welke sporen zijn er nog meer?: ‘Ik denk dat het Lubach was die een interessant punt bracht over de WHO, een journalist vroeg de WHO-woordvoerder (de Assistent-Directeur-Generaal) waarom zij niet naar voren brachten hoe goed Taiwan de pandemie bestreed. De woordvoerder bleef antwoorden: ‘Ja China doet heel goed werk.’ De journalist zegt: ‘Nee we praten niet over China maar over Taiwan.’ Zij konden de naam niet eens noemen, dus dat betekent dat het woord van WHO is gekaapt door politieke belangen en dat is zo gevaarlijk want het gaat om onze gezondheid.’ ‘Zijn dat niet verregaande conclusies voor wat misschien een klein voorbeeld lijkt?’, vroeg ik mijn moeder. ‘Het is geen klein voorbeeld want dit weten we al van de Verenigde Naties. Dit is geen plek waar iedereen een stem heeft, maar waar 2 á 3 landen regeren wat lijkt te zijn de Verenigde Naties. Hoe kunnen we vertrouwen dat bepaalde belangen geen voorrang krijgen boven het algemeen belang van iedereen?’

Fishy algoritme

In de tussentijd leiden algoritmes ons naar de verschillende schakels in de theorieën, waar, onwaar, onwaarschijnlijk en waarschijnlijk die wij maken. Mijn moeder is er ook niet ongevoelig voor: ‘Ik geef jou een voorbeeld, er was deze arts in Cuba die ik via via tegenkwam, waarin hij elke dag de namen zou noemen die overleden aan de pandemie en op een moment hij zegt: ‘Wij hebben dit (chloordioxide) gebruikt en het heeft heel goed gewerkt.’ Het was een kleine commentaar in een dertigminuten-durende presentatie. Hij presenteerde elke dag vanuit de Cubaanse overheid. Binnen één maand toen ik hem weer opzocht, waren er allerlei video’s die brachten in twijfel zijn geloofwaardigheid.’

Lubach spreekt over de fabeltjesfuik, een steeds dieper gegraven gat door toedoen van algoritmes, het gat wordt een tunnel, en die brengt je naar een alternatieve wereld. Mijn moeder, hoe kan het ook anders, heeft een andere theorie over deze algoritmes. ‘Iemand uit Venezuela deelde dit filmpje en ik luisterde naar het en ik dacht ik vind deze man (Cubaanse arts) echt redelijk. Ik had hem daarna weken niet gevolgd en toen ik dat weer deed, wat je zegt over algoritme: Ja en nee, die meneer was daar, maar niet meer positief, er waren 10 video’s tegen hem. Zij proberen zijn geloofwaardigheid te breken. ‘

‘Wie was deze Cubaanse arts?’, vroeg ik. Mijn moeder vervolgt: ‘Ik weet niet hoe het werkt in Cuba, als die meneer sprak aan het begin, hij lijkt de vertegenwoordiger van de Cubaanse regering. Het was tegelijkertijd heel eenvoudig, heel vriendelijk. In andere landen spraken ze voor 10.000 doden, hij sprak over mevrouw Ramirez en Meneer Flores. Hij had het over een middel dat ze hebben gebruikt en goed werkte. Daarna kwamen de mensen die hem in twijfel trekken (in de video-suggesties). Er is nog niets geks, twee maanden daarna zie ik hem, hij zegt: ‘…Maar ja natuurlijk volgen wij de maatregelen van de WHO.’ De WHO zegt wij gaan dit zo doen en niet zo. Op een bepaald moment mensen waren zelf oplossingen aan het zoeken, want deze WHO-procedures werkten niet bij de eerste golf. Ik merkte dat deze meneer was aangesproken om duidelijk te maken dat zij de WHO-protocollen volgen. Het kwam zó buiten zijn eigen discourse.’

Terug naar haar theorie: ‘Ik denk dat het misschien anders werkt, dit is alleen mijn eigen theorie. Ik denk dat als jij de sensatiestroom volgt die zij willen, de algoritme werkt. Je krijgt alles wat die stroming te bieden heeft, maar als jij probeert tegen de stroom te gaan…’ Mijn moeder maakt hier onderscheid tussen content die zij gebruikt en de meer sensationele content van sommige complottheorieën. Hierin beschouwt zij door haar gekeurde content als legitiem. De algoritmes voeren haar niet dieper in een grot van fabeltjes, maar werken haar tegen om een sober alternatief geluid te vinden, is haar theorie.

Aard van het beestje

‘Ik denk wel dat andere mensen mij als een complotdenker zien. Voor mij is het heel belangrijk om te merken: niet wat wordt er gezegd, maar wat wordt er niet gezegd. Voor mij is dat heel belangrijk, want mijn vraag is: wie heeft profijt van bepaalde omstandigheden?’

Maar is het niet belangrijk om verschil te maken tussen opportunisme en manipulatie?

‘Voorbeeld: Naomi Klein, zij spreekt misschien al 20 jaar over hoe tragedies worden gebruikt om jouw eigen infrastructuur te brengen in landen. Het is soort van een moment van investering. Ik denk dat veel dingen worden…één ding is gemanipuleerd, andere ding is langzaam een richting opbouwen. Ik denk dat het een jarenlang poging is om dingen een richting op te brengen.’

Zou je niet willen samenkomen met mensen die, zoals jou, dingen in twijfel trekken en een beweging starten?

‘Dan zou ik gaan naar waar Zembla ons zou uitnodigen om te gaan, het is een andere soort groepje mensen…’

Ik denk dat Zembla jou misschien ziet als een complotdenker?

‘Ja ik zou me prettiger voelen bij een samenkomst van mensen die Zembla kijken, dan achter de leuke hooligans die achter Rutte lopen op straat.’

Dus je gelooft niet dat politici in een pedofilie samenzwering zitten, zoals die mensen in het filmpje van Lubach?

‘Het is een land, zij hebben een beeld van zichzelf, maar zij beseffen niet hoeveel corruptie er speelt in zoveel sectoren, want zij gebruiken dit woord niet vaak. Wel bij de VVD een aantal keren, maar normaal zien ze het niet als een rode lijn in dingen. Herinner je niet toen Zalm de informateur was en opeens belastingkorting voor multinationals (afschaffing dividendbelasting) werd besproken, terwijl de vorming van de regering bezig is. Deze meneer is bezig met zijn eigen agenda en hij krijgt dat voor elkaar. Later vroegen alle politieke partijen hoe kwamen jullie opeens met dit idee, terwijl het niet in jullie programma’s stond? Dat is corruptie op zoveel manieren. We spreken over de vorming van een regering en deze man had de rol als mediator, dat was zo illegaal. En niemand van hen dacht dat er is iets irregulier gebeurde…In Holland naïviteit is institutioneel.’

Mijn kant van het verhaal (plottwist)

Plottwist: ik was van plan om een ander soort artikel te schrijven, met meerdere mensen aan het woord, andere complotdenkers, experts en Instagrammedewerkers. Het laatste bleek zelfs onmogelijk, omdat het hun contractueel ontboden wordt.

Ik heb anderhalf uur met mijn moeder gesproken, het ging alle kanten op. Het is uit de context, want ik heb de highlights en de grote lijn gereconstrueerd, maar ik heb wel meer ruimte gelaten voor haar woorden. Het zijn bijna uitsluitend haar woorden. Soms schudde ik mijn hoofd tijdens het interview, maar ik vind haar niet gek. Ik geloof ook dat het de taak is van een journalist om mensen, dingen en ideeën begrijpbaar te maken.

Nieuws is altijd uit de context, daarom is het nieuws. Ik laat haar niet zó lang aan het woord, omdat ik haar gelijk geef. Ik doe het zodat zij, de lezer en ik een context opbouwen van haar denken en doen. We bouwen deze context gezamenlijk en gescheiden, samen omdat zij vertelt, ik reconstrueer en de lezer leest en gescheiden omdat we dit alles begrijpen vanuit onze eigen interpretatie. Uiteindelijk oordeelt de lezer zelf wat het vindt. Op dezelfde manier zoals ik naar haar probeerde te luisteren, om haar te begrijpen. Dat het om mijn moeder gaat is essentieel. Ik ken haar namelijk in zoveel facetten, dat ik haar nooit makkelijk zou kunnen wegzetten als eendimensionaal of gek. Moet dat niet altijd de bedoeling zijn?

Gek is ze dus niet voor mij. Wat ik mij vooral afvroeg na onze gesprek was: hoe kunnen mensen en organisaties verdacht en beschuldigd worden door andere mensen van zulke grote complotten? Sommige mensen en organisaties zijn boven onze hoofden uitgestoken is mijn eerste antwoord. Hoe is Bill Gates zo boven ons uitgestegen dat er mensen zijn die hem verdenken van wereldmanipulatie? Hoe kunnen organisaties zo alomvattend lijken dat zij geen begin of einde kennen? Als je de randen niet kan vinden, dan is de cirkel snel rond. En als de cirkel rond is dan heb je een theorie. Of het klopt is een tweede, ik heb er in ieder geval begrip voor.

Het is natuurlijk geen vrijkaart, maar ik voel wel begrip. Aan de andere kant voelde mijn moeder vooral onbegrip voor de complotactivisten op het Binnenhof, met ook weinig begrip voor hun theorieën. Ik weet niet of we daar de grens moeten trekken. Deze mensen hebben wellicht een nieuw perspectief gevonden waarmee ze naar de wereld kijken. In de sociologie heb je het conflictparadigma die alles verklaart vanuit tegenstellingen en conflicten en misschien is dit de overtreffende trap: het complotparadigma. Ik zeg maar wat.

In ieder geval heb je een spectrum aan complotdenkers, waar de meest extremen dan aandacht krijgen in het nieuws. Maar er is een hoop wat wij kunnen leren uit dit spectrum, er zitten genoeg bruikbare kritische vragen in. ‘Het is bijna een journalistieke zelfmoordactie om over dit onderwerp een uitzending te maken, zo voelt dat’, vertelde onderzoeksjournalist Sanne Terlingen in een making-of video van haar uitzending ‘Glasscherven en duistere rituelen’. Het ging over ritueel misbruik in netwerkverband. Zonder ongegronde aannames te doen en te vervallen in grootse complotconclusies, toonde ze aan dat er in ieder geval politieonderzoek nodig is naar dit onderwerp. De vraag is of wij niet eerder op dit spoor zouden komen als er niet de angst loerde van een journalistieke zelfmoordactie. Dit is een retorische vraag.

Deze volgende vraag is dat niet: hoe gaan we om met sporen en schakels die we bijvoorbeeld vinden op het internet? Is het wijs om de losse eindjes aan elkaar te knopen? Om journalist Olaf Tempelman te parafraseren uit zijn artikel ‘‘Complotten zijn echt, waar denkt u dat die theorieën vandaan komen?’: vergeet je dan niet de pech, toeval, noodlot en menselijke klunzigheid die een groots complot in de weg zou zitten? Precies dat is mijn probleem met het geloven van alomvattende complottheorieën. Uiteindelijk blijven Bill Gates en organisaties vooral menselijk in mijn ogen. ‘Klungels, roddelaars en amateurs’ noemt Olaf de mensen, waar geen één instantie van bespaard blijft.

Prutsers, pipos en klunzen er nog aan toe…Wij komen tekort om de aarde onder de voeten te houden. Desondanks geloof ik dat er meer ruimte moet zijn voor complotdenkers als mijn moeder. Zij kan haar verdenkingen en theorieën niet waarmaken. Het probleem is dat niemand dat kan. Wel is er nieuws, maar dat is altijd uit de context. Het helpt niet dat programmeurs van Facebook niet kunnen worden geïnterviewd door journalisten. Of dat gezondheid niet los te zien is van de economie en politiek. En dat Bill Gates en 5% anderen zo een grote invloed hebben op de wereldeconomie, dat de andere 95% alleen maar kunnen speculeren.


Vervolg

  • Het verhaal is nooit af. Welke vervolgvragen komen bij jou op?
  • Geloof jij dat er meer ruimte moet zijn voor complotdenkers?